Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Sogno Fashion B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 16 april 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:7461
Vorderingen van werkneemster tot betaling van achterstallig loon, openstaand vakantiegeld en niet-genoten vakantiedagen worden in kort geding toegewezen.

Feiten

Werkneemster is op 1 mei 2018 in dienst getreden bij Sogno Fashion B.V. in de functie van allround verkoopster. Bij brief van 25 maart 2019 heeft Sogno Fashion aan werkneemster aangezegd dat haar arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet zal worden verlengd en aldus van rechtswege zal eindigen per 1 mei 2019. In deze brief staat dat de eindafrekening van mei 2019 zal volgen en het vakantiegeld, eventueel niet-genoten vakantiedagen en kledingaankopen verrekend en uitbetaald zullen worden. Werkneemster heeft zich op 6 april 2019 ziek gemeld en is ziek uit dienst getreden. Bij e-mail van 16 mei 2019 heeft Sogno Fashion een voorstel gedaan voor eindafrekening. De ex-partner van werkneemster heeft dit voorstel bij e-mail van 25 mei 2019 afgewezen en een alternatief voorgesteld. Sogno Fashion heeft dit voorstel vervolgens afgewezen, waarbij zij aangeeft dat werkneemster zich op 5 april 2019 ook onbehoorlijk heeft gedragen, waar klanten en personeel bij aanwezig waren. In de periode van juli 2019 tot december 2019 hebben partijen meermaals contact gehad over de eindafrekening, maar tot op heden heeft werkneemster geen loon, vakantiegeld en de niet-genoten vakantie-uren ontvangen. Werkneemster vordert dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening Sogno Fashion veroordeelt tot betaling van het achterstallig loon, het vakantiegeld, de niet-genoten vakantiedagen, alles inclusief de wettelijke rente en de wettelijke verhoging.

Oordeel

Sogno Fashion erkent dat zij het achterstallig loon over periode 4, die vanaf 25 maart 2019 tot en met 21 april 2019 loopt, en het achterstallig loon over periode 5, die vanaf 22 april 2019 tot 1 mei 2019 loopt, aan werkneemster verschuldigd is. De loonvordering over de perioden 4 en 5 is dan ook toewijsbaar. De vordering ten aanzien van het vakantiegeld wordt niet door Sogno Fashion weersproken, zodat deze voor toewijzing vatbaar is. Tussen partijen is nog in geschil of werkneemster recht heeft op betaling van negen vakantiedagen. Werkneemster stelt dat zij deze dagen niet heeft opgenomen dan wel toestemming heeft gegeven om deze dagen te verrekenen met niet ingeroosterde dagen. Sogno Fashion heeft deze stelling onvoldoende gemotiveerd betwist. De vordering tot uitbetaling van de negen niet-genoten vakantiedagen wordt dan ook toegewezen. Werkneemster erkent dat er twee wachtdagen wegens ziekte ingehouden dienen te worden en zij een bedrag van € 280,94 netto voor aangekochte kleding aan Sogno Fashion verschuldigd is, zodat de kantonrechter deze bedragen in mindering zal brengen op het bovenstaande. De vordering tot vergoeding van de wettelijke verhoging over het achterstallig loon en de negen niet-genoten vakantiedagen wordt gematigd tot 10%. De wettelijke rente over het achterstallig loon en het vakantiegeld zal de kantonrechter toewijzen.