Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Asito Rotterdam EUR B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 9 januari 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:10868
Kort geding. Loonvordering afgewezen wegens onvoldoende meewerken aan re-integratie.

Feiten

Werkneemster is sinds 1 maart 2015 in dienst bij Asito Rotterdam EUR B.V. (hierna: Asito). Werkneemster is op 29 januari 2018 uitgevallen voor haar werkzaamheden.  De re-integratie verloopt sindsdien moeizaam. Op 11 juli 2019 heeft het UWV een deskundigenoordeel uitgebracht. Daarin is geoordeeld dat de re-integratie-inspanningen van werkneemster onvoldoende waren, maar dat dit haar niet viel aan te rekenen omdat Asito haar onvoldoende had gewezen op de gevolgen van onvoldoende inspanningen, en onvoldoende prikkelende maatregelen had genomen om werkneemster te stimuleren. Op 26 augustus 2019 heeft Asito aan werkneemster meegedeeld dat haar afzegging van een afspraak met de bedrijfsarts op 27 augustus 2019 niet gegrond is, omdat werkneemster geen vervoersbeperking heeft en de reiskosten kan declareren. Werkneemster is echter niet verschenen bij de afspraak. Bij brief van 3 september 2019 heeft Asito, na een eerdere waarschuwing/aankondiging, met ingang van diezelfde datum het loon van werkneemster stopgezet, in verband met volgens Asito niet voldoen door werkneemster aan redelijke voorschriften in het kader van haar re-integratie. Asito verwijst onder meer naar het niet-verschijnen door werkneemster op diezelfde dag op een afspraak met de spoor 2-begeleider. Omdat werkneemster alsnog had voldaan aan de voorschriften is de loonbetaling per 9 september 2019 hervat. Op 18 september 2019 is werkneemster wederom niet verschenen bij een afspraak met de bedrijfsarts op grond waarvan Asito met ingang van diezelfde datum de loonbetaling opnieuw heeft stopgezet en besloten heeft om de kosten van het consult op haar salaris in te houden. Bij brief van 15 oktober 2019 heeft Asito aan werkneemster meegedeeld te zullen overgaan tot beëindiging van het dienstverband. Op 6 december 2019 heeft het UWV opnieuw een deskundigenoordeel gegeven waarin geconcludeerd is dat de re-integratie-inspanningen van werkneemster onvoldoende zijn. Werkneemster vordert Asito te veroordelen tot betaling van haar loon vanaf 26 augustus 2019.

Oordeel

De kantonrechter overweegt dat ter zitting gebleken is dat werkneemster het UWV in september 2019 om een deskundigenoordeel heeft verzocht dat kort na de zitting gereed zou zijn. Bij het deskundigenoordeel van 19 december 2019 heeft het UWV geoordeeld dat werkneemster niet voldoende meewerkt aan haar re-integratie. Deze conclusie strookt in zoverre met die in het deskundigenoordeel van het UWV van 11 juli 2019, dat daarin eveneens geoordeeld is dat werkneemster onvoldoende meewerkt aan haar re-integratie. Geen reden wordt gezien om aan voormelde conclusies te twijfelen, nu het gestelde door werkneemster dat hetgeen in het kader van de re-integratie niet van haar kan worden gevergd, gelet op haar vervoersbeperkingen, onderbouwing mist. Voorts biedt het gestelde voorshands geen aanknopingspunt voor het oordeel dat Asito niet op goede gronden is overgegaan tot de loonstop en deze niet zou kunnen handhaven. Hetzelfde geldt voor de inhouding van de consultkosten. Daarom wordt het gevorderde afgewezen.