Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 6 november 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:9219
Ontslag op staande voet in coronatijd niet rechtsgeldig vanwege ontbreken dringende reden. Houding werkneemster heeft in deze situatie drukkend effect op hoogte billijke vergoeding.

Feiten

Werkneemster is op 16 september 2003 in dienst getreden bij werkgeefster. In de ochtend van 2 juli 2020 heeft werkgeefster aan werkneemster medegedeeld dat haar dienstverband zou worden beëindigd, maar dat werkneemster bij MPS Textiles een dienstverband kan worden aangeboden. Hierop heeft werkneemster zeer emotioneel gereageerd. Bij e-mail van 2 juli 2020 heeft de HR-manager aan werkneemster een voorstel voor een beëindigingsovereenkomst gestuurd. Werkneemster heeft een tegenvoorstel gedaan, waarop diverse e-mails over en weer volgden. Op enig moment geeft werkgeefster aan dat zij meent dat werkneemster ongeoorloofd afwezig is, op grond waarvan werkneemster op staande voet wordt ontslagen. Daarbij wordt wel verwezen naar een andere werkgever waar werkneemster zou kunnen solliciteren. In deze procedure verzoekt werkneemster een verklaring voor recht dat dit ontslag onterecht is gegeven, in combinatie met veroordeling tot betaling van wettelijke vergoedingen en een billijke vergoeding.

Oordeel

De kantonrechter acht het gezien de grote impact van Covid-19 begrijpelijk dat zowel bij werkgeefster als bij werkneemster sprake was van sterke emoties. Ondanks dat gelden echter op individueel niveau ontslagregels, die de ontslagsituatie van de individuele werknemers normeren. Werkgeefster heeft aan het ontslag ongeoorloofde afwezigheid en werkweigering van werkneemster ten grondslag gelegd. Daarvan is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. Werkneemster heeft na de mededeling van werkgeefster op 2 juli 2020 het bedrijfspand in zeer emotionele staat verlaten, waarna werkgeefster haar een vaststellingsovereenkomst heeft aangeboden. Alhoewel niet is gebleken dat aan werkneemster vrijstelling van werkzaamheden was verleend, mocht zij er, gelet op de mededeling van de HR-manager, van uitgaan dat contact met haar zou worden opgenomen over de afronding van de werkzaamheden. Mocht al sprake zijn van ongeoorloofde afwezigheid, dan had van werkgeefster in de onderhavige situatie verwacht mogen worden dat zij een minder verstrekkende maatregel had opgelegd. Werkgeefster heeft de kantonrechter daarbij ook niet kunnen uitleggen waarom zij geen contact met werkneemster heeft opgenomen op het moment dat werkgeefster erachter kwam dat werkneemster sinds 2 juli 2020 niet aanwezig was geweest, maar in plaats daarvan direct over is gegaan tot ontslag op staande voet. De conclusie is dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, omdat een dringende reden ontbreekt. De door werkneemster verzochte verklaring voor recht zal worden toegewezen. Om deze reden moet tevens het verzoek van werkneemster om toekenning van een billijke vergoeding worden toegewezen. Dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen aan de kant van werkgeefster staat vast, gelet op het onterecht gegeven ontslag op staande voet. In de onvoorziene situatie waarin werkgeefster terecht is gekomen door COVID-19, moet naar het oordeel van de kantonrechter bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding extra gewicht worden toegekend aan de omstandigheden van het geval. Op grond hiervan is de kantonrechter van oordeel dat de houding van werkneemster in deze situatie een drukkend effect moet hebben op de hoogte van billijke vergoeding. Daarom zal een billijke vergoeding worden toegekend van € 3.500. De kantonrechter meent dat werkneemster hiermee in voldoende mate wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen van werkgeefster, zeker nu het waarschijnlijk is dat haar arbeidsovereenkomst hoe dan ook op korte termijn geëindigd zou zijn wegens bedrijfseconomische redenen. Ook de gefixeerde schadevergoeding en transitievergoeding worden toegewezen. Het verzoek van werkgeefster om de vergoedingen in twaalf termijnen te mogen betalen wordt afgewezen.