Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Overijssel (Locatie Almelo), 26 november 2020
ECLI:NL:RBOVE:2020:4156
Het stond werkneemster vrij door middel van wijziging van eis de verzochte vernietiging van de opzegging in te trekken nadat zij nieuw werk had gevonden. Werkgeefster kan die intrekking niet beïnvloeden door aan te geven dat zij bereid is te voldoen aan de verzochte vernietiging.

Feiten

Werkneemster is op 1 september 2019 in dienst getreden bij werkgeefster. Op 23 juli 2020 is werkneemster op staande voet ontslagen. Het ontslag is nadien niet schriftelijk vastgelegd. Werkneemster verzoekt primair vernietiging van de opzegging en wedertewerkstelling, maar heeft later berust in het ontslag omdat zij inmiddels nieuw werk had gevonden. Daartoe trekt werkneemster – door middel van wijziging van eis – het primair verzochte in. Werkneemster verzoekt nu werkgeefster (subsidiair) te veroordelen tot het betalen van een gefixeerde schadevergoeding, een transitievergoeding en een billijke vergoeding. Na het ontvangen van het verzoekschrift heeft werkgeefster laten weten dat zij bereid was gehoor te geven aan de primair verzochte wedertewerkstelling. Een dergelijke switch van het primaire verzoek naar het subsidiaire verzoek is volgens werkgeefster dan ook niet meer mogelijk doordat werkgeefster te kennen heeft gegeven dat zij tegemoet zal komen aan het primaire verzoek.

Oordeel

In de eerste plaats moet worden beoordeeld of werkneemster het primair verzochte heeft mogen intrekken nadat werkgeefster zich in correspondentie tussen de gemachtigden bereid heeft getoond de arbeidsovereenkomst voort te zetten. De kantonrechter overweegt dat een eenmaal gegeven ontslag op staande voet niet meer kan worden ingetrokken door werkgeefster als werknemer daar niet uitdrukkelijk mee instemt. Dat werknemer bij de rechter primair heeft verzocht het gegeven ontslag te vernietigen, betekent niet dat zodra werkgeefster zich bereid verklaart om werknemer weer toe te laten tot het werk, de arbeidsovereenkomst geacht moet worden te zijn blijven bestaan. Het in het aan de kantonrechter gerichte verzoekschrift primair verzochte kan niet gelijk worden gesteld met een aan werkgeefster gerichte verklaring dat werkneemster zal toestemmen met het intrekken van het gegeven ontslag door werkgeefster. De keuzemogelijkheid die de wetgever in artikel 7:681 BW heeft gegeven aan werkneemster kan niet eenzijdig door werkgeefster worden beïnvloed. Werkgeefster kan uiteraard aangeven op haar besluit terug te willen komen en proberen om met werkneemster nieuwe afspraken te maken, maar zij kan niet de aan werkneemster gegeven keuzemogelijkheid beperken. Het voorgaande betekent dat het werkneemster vrijstond het primair gevorderde in te trekken. Het verzoek van werkneemster om werkgeefster te veroordelen tot het betalen van een gefixeerde schadevergoeding, een transitievergoeding en een billijke vergoeding wordt toegewezen aangezien tussen partijen overeenstemming bestaat dat er geen dringende reden aanwezig was die het ontslag op staande voet kon rechtvaardigen.