Rechtspraak
Hoge Raad, 11 december 2020
ECLI:NL:HR:2020:1997
Feiten
X is op 1 augustus 2001 in dienst getreden bij Stichting Regionaal Opleidingencentrum van Amsterdam (hierna: ROCvA). X is sinds 21 november 2011 arbeidsongeschiktheid. Bij brief van 15 november 2013 van het UWV is aan ROCvA een loonsanctie opgelegd van 52 weken tot 25 december 2014. Bij besluit van 6 januari 2015 heeft ROCvA het dienstverband met X opgezegd tegen 1 mei 2015. X is tegen dit besluit opgekomen bij de commissie van beroep. De commissie van beroep heeft op 16 juli 2015 het beroep gegrond verklaard. De kantonrechter heeft bij het bestreden vonnis geoordeeld dat de uitspraak van de commissie van beroep – inhoudende dat het aan werknemer gegeven ontslag in strijd met artikel 20 lid 7 zar-bve is gegeven omdat ROCvA geen zorgvuldig onderzoek naar herplaatsingsmogelijkheden binnen het ROC heeft verricht – bindend is. Gelet hierop concludeert de kantonrechter dat het ontslag kennelijk onredelijk is in de zin van artikel 7:681 lid 1 BW (oud). De primaire vordering tot herstel van het dienstverband acht de kantonrechter niet toewijsbaar. De subsidiaire vordering tot schadevergoeding heeft de kantonrechter toegewezen tot een bedrag van € 7.500 bruto. Het hof heeft het oordeel van de kantonrechter bevestigd. In cassatie wordt met name een aantal klachten gericht op het oordeel van het hof inzake de re-intergratieverplichtingen van werkgever. Onder meer wordt verweten dat het hof niet de STECR-richtlijn ambtshalve heeft getoetst.
Conclusie A-G
De UWV Werkwijzer Poortwachter heeft niet de status van een beleidsregel en is daarom geen recht in de zin van artikel 79 Wet RO. De STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten, waaraan de UWV Werkwijzer Poortwachter refereert, is opgesteld door de Stichting Expertisecentrum Re-integratie en dus niet afkomstig van een bestuursorgaan. Om die reden is ook de STECR Werkwijzer geen recht in de zin van artikel 79 Wet RO. Nu de UWV Werkwijzer en de STECR Werkwijzer geen recht zijn in de zin artikel 79 Wet RO wordt tevergeefs geklaagd dat het hof deze werkwijzers met ambtshalve aanvulling van rechtsgronden had moeten toepassen. Ten aanzien van de Wet verbetering poortwachter, die wel recht is in de zin van artikel 79 Wet RO, vermeldt de klacht niet welke rechtsregel het hof had moeten toepassen.
Oordeel
De Hoge Raad oordeelt als volgt. De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 Wet RO).