Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Iribov B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 16 december 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:10751
Ontslag op staande voet vanwege eigenmachtig overboeken van 135.000 euro naar privérekening. Bewijswaardering onverwijldheid ontslag geslaagd.

Feiten

In de tussenbeschikking is Iribov in de gelegenheid gesteld feiten en omstandigheden te bewijzen, waaruit volgt dat werknemer op 3 april 2020 op de hoogte is gesteld van het ontslag op staande voet en de reden daarvan. Iribov heeft daartoe, onder meer, X als getuige doen horen. X heeft verklaard dat zij op 3 april 2020 met twee exemplaren van de ontslagbrief naar de woning van werknemer is gegaan. Ze heeft een brief in de brievenbus gedaan en wilde een brief afgeven, maar werknemer wilde deze niet aannemen. X heeft die brief vervolgens ook in de brievenbus gedaan. Ze heeft tegen werknemer gezegd dat het gaat om het ontslag vanwege de onrechtmatige overboekingen.

Oordeel

Bewijslevering

De kantonrechter heeft, anders dan door werknemer aangevoerd, geen reden om aan de juistheid van deze verklaring of de betrouwbaarheid van de getuige te twijfelen. X is onder ede als getuige gehoord en haar verklaring komt in hoofdlijnen overeen met wat zij eerder in haar schriftelijke verklaring heeft gesteld. Dat X tijdens de mondelinge behandeling op 1 juli 2020 aanwezig is geweest, maakt haar verklaring niet onbetrouwbaar. Toen had zij haar schriftelijke verklaring immers al opgesteld. En nu heeft ze als getuige bevestigd wat ze al in die verklaring had verklaard. Dat ze daarbij niet alle elementen van haar schriftelijke verklaring heeft herhaald, maakt haar getuigenverklaring ook niet onbetrouwbaar.  De kantonrechter gebruikt de verklaring van X derhalve voor het bewijs. De kantonrechter acht – gezien het voorgaande – bewezen dat werknemer op 3 april 2020 op de hoogte is gesteld van het ontslag op staande voet en de reden daarvan. Het ontslag is derhalve onverwijld gegeven. Het verweer van werknemer op dit punt wordt verworpen.

Rechtsgeldig ontslag?

De kantonrechter is van oordeel dat werknemer het bedrag niet eigenmachtig naar zijn privérekening heeft mogen overmaken. Dat hij, als controller die verantwoordelijk is voor de financiën, dat toch heeft gedaan is hem in de gegeven omstandigheden ernstig te verwijten. Werknemer vervult, als CFO/controller, immers een bijzondere positie binnen Iribov. Als goed werknemer in de zin van artikel 7:611 BW diende werknemer integer te handelen en zich mede te richten naar het belang van Iribov. Ook al was en is werknemer er zelf van overtuigd dat hij recht heeft op het bedrag vanwege zijn aanspraak op jaarlijkse premies, hij had in de gegeven omstandigheden eerst toestemming aan Iribov behoren te vragen om het bedrag van € 135.000 naar zijn eigen rekening over te maken, althans op z’n minst aan Iribov moeten meedelen dat hij van plan was dat bedrag naar zichzelf over te boeken. Dat geldt temeer, nu het volgens werknemer gaat om achterstallige premies over de voorgaande vier jaren. Een regeling ontbreekt, dus werknemer kon niet zomaar achterstallige premies of winst aan zichzelf uitbetalen. Dat er een besluit ontbreekt dat de jaarlijkse premie niet zou worden voortgezet, zoals werknemer voorts stelt, maakt dat niet anders. De door werknemer genoemde bedragen aan premie over de jaren 2014 tot en met 2019 kunnen, zonder nadere onderbouwing, ook niet uit de stukken worden afgeleid. Alles afwegende is de kantonrechter van oordeel dat sprake is van een dringende reden die een ontslag op staande voet rechtvaardigt. Met zijn handelwijze heeft werknemer het vertrouwen dat Iribov in een CFO/controller moet kunnen stellen, ernstig beschaamd. De persoonlijke omstandigheden van werknemer en de lengte van het dienstverband (vier jaar) wegen niet op tegen de aard en de ernst van de dringende reden. Hetzelfde geldt voor de gevolgen van het ontslag voor werknemer. Daarvoor weegt het eigenmachtig overboeken van het aanzienlijke bedrag van € 135.000 te zwaar. De conclusie is dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is.