Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 9 december 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:10859
Feiten
Van 1 augustus 2018 tot 1 december 2018 heeft rechthebbende werkzaamheden verricht als schilder/klusser tegen een uurloon van € 15 per uur. Een schriftelijke overeenkomst is niet opgesteld. Rechthebbende heeft gedurende zijn werkzaamheden gebruikgemaakt van een auto van de zaak van gedaagde en een werktelefoon. De bewindvoerder van rechthebbende heeft een loonvordering tegen gedaagde ingesteld. Aan deze vordering legt de bewindvoerder ten grondslag dat sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst. Gedaagde stelt dat hij rechthebbende heeft ingehuurd als zzp’er.
Oordeel
De kantonrechter meent dat van een arbeidsovereenkomst geen sprake was, omdat bewindvoerder q.q. niets heeft gesteld over de feitelijke omstandigheden waaronder de overeenkomst tot stand is gekomen. Dit leidt ertoe dat niet is komen vast te staan dat partijen het sluiten van een arbeidsovereenkomst hebben beoogd. Ook de feitelijke uitvoering van de overeenkomst geeft geen aanleiding voor het oordeel dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Rechthebbende werkte niet fulltime en werkte ook voor andere opdrachtgevers. De bedragen werden op verzoek van rechthebbende contant uitbetaald. Dat rechthebbende – vanwege het opgestarte Wsnp-traject – geen zzp’er kon zijn en dat hij niet stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, leidt niet tot een ander oordeel. Aldus kan niet worden vastgesteld dat sprake is van een arbeidsovereenkomst.