Rechtspraak
Feiten
Werknemer vordert op gronden als omschreven in de dagvaarding en uit hoofde van een arbeidsovereenkomst, werkgever te bevelen in te stemmen met het voorstel van werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden met onmiddellijke ingang, onder toekenning aan eisende partij van een transitievergoeding, op straffe van verbeurte van een dwangsom. Werkgever heeft het aanvankelijk verleende verstek gezuiverd en vervolgens uitstel voor antwoord verzocht. Na verkregen uitstel heeft gedaagde partij niet meer geantwoord waardoor het recht om de handeling alsnog te verrichten is vervallen. Vervolgens heeft de kantonrechter vonnis bepaald.
Oordeel
De vorderingen komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond en zullen dus worden toegewezen behoudens het navolgende. De gevorderde dwangsom wordt gevorderd voor het geval gedaagde partij niet binnen 24 uur na betekening van het vonnis aan de inhoud daarvan voldoet. Dit is in deze vorm niet toewijsbaar aangezien eisende partij ook vordert dat gedaagde partij binnen drie dagen na betekening dient in te stemmen met het voorstel. De dwangsom zal daarom worden toegewezen na ommekomst van die drie dagen. De gevorderde dwangsom wordt daarnaast vastgesteld op € 5.000. De gevorderde dwangsom ineens van € 50.000 met de dwangsom van € 2.000 voor iedere dag valt immers niet te rijmen met het door werknemer gevorderde maximum van € 21.566,52.