Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/NN Personeel B.V
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 22 december 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:2588
Gebleken is dat al voor de reorganisatie rekening werd gehouden met de serieuze mogelijkheid dat de functie van werknemer zou vervallen, maar meer dan een mogelijkheid was dat niet. Werkgever heeft terecht aangestuurd op een beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Feiten

Werknemer is op 1 september 2001 bij NN personeel in dienst getreden. Op de arbeidsovereenkomst is de cao NN van toepassing. In april 2017 heeft NN Group Delta Lloyd overgenomen. In het kader van de samenvoeging van beide ondernemingen heeft een reorganisatie plaatsgevonden. De ondernemingsraden hebben daarvoor een “positief advies” gegeven. Op 22 februari 2018 is nog adviesaanvraag “NN Leven - Expert Centre PNB” ingediend. Ook hierop heeft de ondernemingsraad een positief advies gegeven. Bij brief van 9 april 2018 is aan werknemer medegedeeld dat hij boventallig is verklaard. Werknemer heeft vervolgens een vaststellingsovereenkomst ontvangen. Werknemer heeft bezwaar gemaakt tegen de berekeningswijze van de beëindigingsvergoeding. Het bezwaar en beroep is ongegrond verklaard. Bij e-mail van 9 juli 2018 heeft werknemer bezwaar gemaakt tegen de boventalligheid. Na beslissing op bezwaar heeft werknemer op 14 augustus 2018 beroep aangetekend bij eerdergenoemde beroepscommissie. Dit beroep is niet-ontvankelijk verklaard vanwege een termijnoverschrijding. Tussen partijen is gediscussieerd over de inhoud van de vaststellingsovereenkomst, waarna partijen op 14 augustus 2018 overeenstemming hebben bereikt. Het dienstverband van werknemer bij NN Personeel is geëindigd met ingang van 1 september 2018. Op 22 september 2018 heeft werknemer het netto-equivalent van de door NN Personeel aangeboden brutobeëindigingsvergoeding van € 210.880,15 ontvangen. Werknemer vordert betaling van primair € 728.394,43 en subsidiair € 114.119,85. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen. Werknemer komt tegen het vonnis in hoger beroep.

Oordeel

Het gedrag dat werknemer NN Personeel verwijt ziet slechts op zijn boventalligverklaring/het beëindigen van de dienstbetrekking. Hieruit volgt dat indien werknemer terecht boventallig is verklaard en herplaatsing niet in de rede lag, NN Personeel niet schadeplichtig is. Dit laat onverlet dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn werknemer een aanvullende schadevergoeding te onthouden.

Voldragen ontslaggrond/strijd met goed werkgeverschap?

Het hof ziet geen reden om de twee reorganisaties voor het moment van boventalligheid als één reorganisatie te beschouwen. Het hof gaat niet mee in de suggestie dat NN Personeel al voor de eerste reorganisatie wist of moest weten dat de functie van werknemer zou vervallen. Uit de door werknemer overgelegde notitie en e-mailcorrespondentie blijkt weliswaar dat al voor de reorganisatie rekening werd gehouden met de serieuze mogelijkheid dat zijn functie zou vervallen, maar meer dan een mogelijkheid was dat niet. Maar ook als NN Personeel al voor de eerste reorganisatie een sterke voorkeur had voor een scenario waarin de functie van werknemer zou vervallen, dan nog is zijn boventalligheid pas bij de tweede reorganisatie een feit geworden. Omdat de functie van functie Y niet meer beschikbaar was toen werknemer boventallig werd verklaard is het niet meer nodig om te beoordelen of werknemer in die functie bij voorrang moest worden herplaatst. Overigens is  functie Y naar het oordeel van het hof niet “gelijkblijvend” of uitwisselbaar met functie X en had werknemer ook om die reden geen recht om daarin met voorrang te worden herplaatst. Het hof is verder van oordeel dat herplaatsing van werknemer niet mogelijk was of niet in de rede lag. Werknemer heeft met zijn vertrek ingestemd. Het hof oordeelt dat sprake was van een voldragen ontslaggrond. Met betrekking tot de omvang van de beëindigingsvergoeding volgt het hof het oordeel van de kantonrechter dat NN bij de beëindigingsvergoeding het SKR juist heeft toegepast en die vergoeding juist is berekend. Het bestreden vonnis wordt bekrachtigd.