Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 30 maart 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:1830
Hotel heeft – na verstrijken wachttijd – nog steeds passende werkzaamheden beschikbaar voor re-integrerende werkneemster. Hotel dient positief in te gaan op aanbod werkneemster om die werkzaamheden te verrichten en haar het daarmee corresponderende loon te voldoen.

Feiten

Werkneemster is in juni 2014 bij een hotel (hierna: werkgeefster) in dienst getreden in de functie van algemeen medewerker ontbijt. Werkneemster heeft zich op 16 mei 2018 ziek gemeld. Vanaf april 2019 is gestart met de re-integratie van werkneemster. Zij is ingegroeid van 4 uur per week naar 13,5 uur per week vanaf eind december 2019. Sinds 23 maart 2020 heeft werkneemster – wegens een nieuwe ziekmelding om een andere reden – geen re-integratiewerkzaamheden meer verricht. Vanaf 12 mei 2020 heeft werkgeefster de salarisbetaling aan werkneemster gestaakt en werkneemster vanaf begin mei 2020 niet meer ingeroosterd voor werk. Bij brief van 3 juli 2020 heeft werkneemster zich weer bereid verklaard voor het verrichten van re-integratiewerkzaamheden. Werkgeefster is als gevolg van corona gesloten geweest van medio maart 2020 tot juni 2020 en opnieuw vanaf oktober 2020 tot heden. Werkneemster stelt thans een aantal vorderingen in bij de kantonrechter, waaronder een verklaring voor recht dat passend (eigen) werk bij werkgeefster beschikbaar is voor (ten minste) 13,5 uur per week en dat werkgeefster haar in staat moet stellen dit werk voort te zetten en het daarbij behorende loon te voldoen. Kern van het geschil tussen partijen betreft de vraag of werkgeefster, die gedurende de twee jaar van arbeidsongeschiktheid van werkneemster het loon heeft doorbetaald, verplicht is om werkneemster overeenkomstig haar daartoe strekkende aanbod ook na het verstrijken van de loondoorbetalingsperiode van twee jaar aangepaste werkzaamheden te laten verrichten en haar het daarmee corresponderende loon te betalen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter overweegt dat, hoewel de wachttijd verstreken is, werkgeefster nog steeds verantwoordelijk is voor de re-integratie van werkneemster in haar organisatie. Uit artikel 7:658a BW volgt immers dat de werkgever tijdens de hele duur van het dienstverband verantwoordelijk is voor de re-integratie van de zieke werknemer. Werkneemster heeft zich met ingang van 3 juli 2020 ook bereid verklaard om (aangepaste) werkzaamheden te verrichten. Tegen die achtergrond is de kantonrechter van oordeel dat werkgeefster onvoldoende over het voetlicht heeft weten te brengen dat geen passende arbeid voor werkneemster in haar organisatie voorhanden is. Niet valt in te zien waarom de door werkneemster verrichte aangepaste werkzaamheden niet als passende arbeid kunnen worden aangemerkt die werkneemster na 3 juli 2020 kon voortzetten. Werkgeefster heeft evenmin voldoende gemotiveerd gesteld dat van haar niet kan worden gevergd werkneemster na het verstrijken van de wachttijd van twee jaar deze passende werkzaamheden te laten verrichten. Daarbij heeft werkgeefster tot op heden kennelijk bij het UWV geen ontslagaanvraag ingediend in welk kader eveneens van haar mag worden verwacht dat zij onderzoekt of er na de wachttijd nog reële re-integratiemogelijkheden voor werkneemster in haar organisatie resteren. De conclusie is dat als vaststaand wordt aangenomen dat werkgeefster per 3 juli 2020 voor 13,5 uur per week werkzaamheden in aangepaste vorm voor werkneemster beschikbaar had en gebruik had moeten maken van het aanbod van werkneemster om die werkzaamheden te verrichten. Ten aanzien van de loonvordering overweegt de kantonrechter als volgt. Nu werkneemster zich vanaf 3 juli 2020 bereid heeft verklaard de aangepaste werkzaamheden voor 13,5 uur per week te hervatten en de omstandigheid dat werkgeefster daarvan (vanwege de lockdown als gevolg van corona) geen gebruik heeft gemaakt in redelijkheid voor rekening van werkgeefster dient te komen, heeft werkneemster op grond van artikel 7:628 BW aanspraak op het daarmee corresponderende loon.