Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 20 april 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:3894
Feiten
Stichting De Zorghulp (hierna: De Zorghulp) sluit overeenkomsten met particulieren die zorg nodig hebben. Ter uitvoering van die overeenkomsten plaatst De Zorghulp zorgverleners bij die particulieren. Werkneemster is zo'n zorgverlener. Zij is door De Zorghulp vanaf oktober 2012 tot en met 2015 geplaatst bij een tweetal zorgbehoevenden in het Gooi. Tussen werkneemster en het Slowaakse bedrijf Universal Agency S.R.O. (hierna: Universal Agency) werd daartoe op 17 juni 2013 een arbeidsovereenkomst gesloten, nadat eerder voor het werken bij zorgbehoevenden een arbeidsovereenkomst had bestaan tussen werkneemster en APN Praca, een entiteit naar Pools recht. Werkneemster kreeg bij de particulieren kost en inwoning. Vanaf 15 december 2015 heeft werkneemster, na ziekmelding, geen werkzaamheden meer verricht. Zij ontving ook geen loon meer. Werkneemster heeft bij de kantonrechter (hoofdzakelijk loon)vorderingen ingesteld tegen De Zorghulp en tegen Universal Agency. Haar vorderingen tegen De Zorghulp zijn alle afgewezen, die tegen Universal Agency zijn deels toegewezen. In hoger beroep vordert zij primair dat haar vorderingen tegen De Zorghulp alsnog geheel worden toegewezen en subsidiair dat De Zorghulp en Universal Agency hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling daarvan.
Oordeel
Is Zorghulp of Universal Agency de (feitelijk) werkgever?
De rechtsverhouding tussen partijen had alle kenmerken van een arbeidsovereenkomst. De Zorghulp had de zeggenschap over aanstelling, salaris en arbeidsduur. De Zorghulp gaf instructies over wat gedaan moest worden en wat verboden was. De Zorghulp controleerde het werk en droeg (mede) zorg voor de veiligheid en begeleiding van werkneemster. De Zorghulp was aanspreekpunt bij problemen op het werk of over financiële kwesties. De Zorghulp droeg zorg voor de betaling van het salaris van werkneemster. Dat laatste deed zij via Universal Agency aan welk bedrijf zij opdracht verstrekte werkneemster in dienst te nemen en het salaris uit te betalen dat De Zorghulp had vastgesteld. Van enige uitoefening van werkgeversgezag door Universal Agency blijkt niets. De rol van Universal Agency was beperkt tot die van doorgeefluik voor het salaris.
De Zorghulp ziet zichzelf slechts als bemiddelaar tussen haar opdrachtgever en Universal Agency. Zij heeft, zo is haar standpunt, nooit de bedoeling gehad zelf een arbeidsovereenkomst te sluiten met werkneemster. Dat laatste lijkt wel waar te zijn. De Zorghulp heeft zichzelf immers gepresenteerd als een stichting die slechts ervoor wil zorgdragen dat zorgbehoevenden worden voorzien van de zorg die zij wensen en die voor hen binnen financieel bereik ligt. Om dat doel te bereiken heeft zij, onder andere, Poolse vrouwen geplaatst bij Nederlandse opdrachtgevers met inschakeling van een Poolse of Slowaakse agent. Van doorslaggevend belang is dat alles echter niet. Zoals gezegd, de feiten tonen een rechtsverhouding die alle trekken heeft van een arbeidsovereenkomst, dat wil zeggen een overeenkomst waarbij de ene partij, werkneemster, zich verbindt in dienst van de andere partij, De Zorghulp, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Dat de salarisbetaling geschiedde via Universal Agency was niet meer dan een administratieve kwestie, indien het al niet de bedoeling was op die manier dwingende verplichtingen van het Nederlandse arbeidsrecht te omzeilen. De Zorghulp was feitelijk werkgever van werkneemster en niet Universal Agency. Het hof ziet reden om ten aanzien van de subsidiaire vordering op te merken dat indien Universal Agency werkgever zou zijn, geldt dat De Zorghulp op de voet van artikel 7:616a BW naast Universal Agency hoofdelijk aansprakelijk zou zijn voor de voldoening van het aan werkneemster verschuldigde loon.
Welk (cao)loon is Zorghulp nog verschuldigd?
Niet in geschil is dat toepasselijkheid van de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg 2014-2016 (hierna: cao VVT) niet is overeengekomen. Blijkens de overeenkomsten die De Zorghulp sluit met haar opdrachtgevers ziet de overeenkomst uitsluitend op hulp die wordt betaald uit een PGB (persoonsgebonden budget) of de WMO. De te verlenen zorg is omschreven als lichte huishoudelijke verzorging. De Zorghulp is dus een organisatie die onder het bereik van het werkgeversbegrip van de cao valt. De cao is in de relatie van De Zorghulp met werkneemster dus toepasselijk in de periodes waarin deze algemeen verbindend verklaard is. Over de periode waarin de cao toepasselijk was, kwam werkneemster het cao-loon toe. Over de overige periodes had zij recht op het wettelijk minimumloon. Ingevolge artikel 8 van de cao moet over het eerste ziektejaar 100% loon worden betaald. Over de periode daarna 70%, maar in ieder geval het wettelijk minimumloon. Voldoende onderbouwd, maar onvoldoende weersproken is dat werkneemster aansluitend aan 15 december 2015 (ziekmelding) gedurende 104 weken volledig arbeidsongeschikt is geweest. De loonbetalingsverplichting van De Zorghulp eindigde dus op 12 december 2017. In totaal is over de periode tot en met 12 december 2017 een bedrag aan loon van 51.116,48 bruto verschuldigd. Op dat bedrag komt in mindering het reeds door/via Universal Agency betaalde bedrag van € 8.289 netto.