Naar boven ↑

Rechtspraak

Keltech Electrical Services B.V./werknemer
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 24 maart 2021
ECLI:NL:RBNHO:2021:3147
Ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig, mede gelet op het feit dat sprake is van een samengesteld ontslag en een aantal van de genoemde feiten en omstandigheden zich geruime tijd voor het ontslag hebben voorgedaan.

Feiten

Werknemer is sinds 1 januari 2020 in dienst bij Keltech Electrical Services B.V. (hierna: Keltech). Keltech is opgericht door P.A. Kelly (hierna: Kelly). Kelly is (indirect) bestuurder van Keltech en (indirect) eigenaar van 75% van de aandelen van Keltech. Werknemer heeft voor 1 januari 2020 ook werkzaamheden voor Keltech verricht en op 22 maart 2019 heeft hij 25% van de aandelen van Keltech verkregen. Met een e-mail van 25 september 2020 is werknemer op staande voet ontslagen. Keltech heeft verzocht om werknemer te veroordelen tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding van € 6.800. Na vermeerdering van het verzoek vordert Keltech ook dat werknemer wordt veroordeeld tot betaling van € 32.315,77 en € 120.000 aan schadevergoeding. Werknemer vordert bij wijze  van tegenverzoek dat Keltech wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, vakantie-uren en vakantiegeld.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet. Daartoe overweegt hij dat een deel van de door Keltech in de e-mail van 25 september 2020 genoemde feiten en omstandigheden, die voor Keltech de dringende reden zijn voor het ontslag op staande voet, zich geruime tijd vóór 25 september 2020 heeft voorgedaan. Die verwijten kunnen alleen al daarom geen dringende reden meer opleveren die een onverwijlde opzegging van de arbeidsovereenkomst kan rechtvaardigen. Daarnaast moet werknemer worden gevolgd in zijn standpunt dat veel van de verwijten in de e-mail van 25 september 2020 niet feitelijk en concreet zijn, en niet voldoen aan de eis dat voor werknemer onmiddellijk duidelijk moet zijn welke gedragingen van Keltech reden waren voor het ontslag. Er is één verwijt dat wel concreet en feitelijk is benoemd en waarvan de juistheid ook door werknemer is erkend. Het gaat daarbij om het feit dat werknemer namens Keltech “credit notes to a major customer” heeft gestuurd en die klant van Keltech er vervolgens toe heeft bewogen om voor de werkzaamheden die door Keltech zijn verricht, betalingen te doen aan een eigen onderneming van werknemer. Het gaat daarbij om betalingen tot een bedrag van in ieder geval € 21.970. Werknemer heeft erkend dat deze handelwijze van hem onjuist was, waarvoor hij excuses heeft aangeboden. De kantonrechter is van oordeel dat werknemer met deze handelwijze in ieder geval in strijd heeft gehandeld met zijn verplichtingen als goed werknemer, maar laat in het midden of dit een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert. Het incasseren is namelijk in de e-mail van 25 september 2020 door Keltech niet genoemd als een feit dat los van de andere verwijten op zichzelf een dringende reden oplevert. De kantonrechter oordeelt dat werkgever geen recht heeft op een gefixeerde vergoeding, omdat het ontslag op staande voet door werkgever niet geldig is. De schadevergoeding wordt deels toegewezen. Werknemer heeft namelijk een klant facturen laten betalen aan een eigen onderneming van werknemer, terwijl die facturen betaald moesten worden aan werkgever. De kantonrechter weegt bij de gedeeltelijke afwijzing van de verzoeken van werkgever mee dat van de kant van werkgever alleen een advocaat en een accountant op de zitting zijn verschenen, maar niemand van werkgever zelf. Dit heeft tot gevolg dat Keltech haar standpunt onvoldoende heeft gemotiveerd en onderbouwd. Het verzoek van werknemer om Keltech te veroordelen tot betaling van het loon wordt toegewezen.