Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 31 maart 2021
ECLI:NL:RBNHO:2021:2637
Feiten
Werknemer is op 21 maart 2001 in dienst getreden bij KLM. Tijdens het dienstverband zijn er meerdere incidenten geweest waarover meerdere gesprekken zijn gevoerd en werknemer heeft KLM regelmatig geschreven. Op 7 maart 2019 heeft werknemer zich ziek gemeld in verband met het zoeken naar oplossingen voor problemen waarvan hij in zijn werk als vlieger en in zijn relatie met zijn werkgever last had. Op 26 maart 2019 heeft werknemer zich bij zijn huisarts gemeld met hartklachten, een verhoogde bloeddruk en stressklachten. Op 10 april 2019 is zijn behandeling bij een hypnotherapeut begonnen en is werknemer begonnen met mindfullness. In januari 2020 heeft werknemer een slechte uitslag gekregen met betrekking tot een ernstige ziekte van zijn dochter. Op enig moment is werknemer een (of meerdere) procedure(s) ongewenste omgangsvormen gestart. In een procedure heeft hij in een e-mail aan de secretaris van die commissie ongewenste omgangsvormen (hierna: ‘de commissie’) onder andere geschreven: ‘Ik weet niet hoe lang het gaat duren. Ik heb in de tussentijd nog geprobeerd met de huidige hoofd vliegdienst een gepaste oplossing te bedenken, maar dat zit ook op een doodlopend spoor. Na Germanwings zou je toch denken dat ze anders met vliegers zouden omgaan.’ Werknemer is vervolgens per 14 februari 2020 vrijgesteld van werk en de vertrouwenspersoon met wie werknemer contact had, heeft bij de bedrijfsarts haar zorgen geuit over de gezondheid van werknemer. Werknemer heeft aan de vertrouwenspersoon onder andere geschreven dat hij ook is geschrokken van zijn uitlatingen en een verkeerde woordkeuze heeft gebruikt. Op 7 juli 2020 heeft een vervolggesprek plaatsgevonden. Uit de gespreksbevestiging volgt dat werknemer in de tussentijd afspraken heeft gehad bij de bedrijfsarts en een traject was gestart bij Villa Uitzicht, waarvan de behandelaar een aanpassingsstoornis bij werknemer heeft geconstateerd. Op initiatief van werknemer is mediation ingezet die echter niet tot een oplossing heeft geleid. Tijdens onderzoeken in augustus en september 2020 is bij werknemer een eenmalige, lichte depressieve stoornis gediagnostiseerd. Bij brief van 10 september 2020 heeft Villa Uitzicht de bedrijfsarts van KLM geïnformeerd dat bij werknemer een aanpassingsstoornis was gediagnostiseerd en dat werknemer bij Villa Uitzicht een behandeltraject heeft doorlopen. KLM verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond. Werknemer verzoekt wedertewerkstelling, zodra hij weer ‘fit to fly’ wordt bevonden.
Oordeel
De kantonrechter stelt vast dat sprake is van een opzegverbod, omdat werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Dit opzegverbod staat gezien artikel 7:671b lid 6 BW in de weg aan ontbinding, omdat het verzoek verband houdt met de ziekte van werknemer. KLM stelt dat voor haar de opmerking van werknemer waarbij hij verwees naar Germanwings, de druppel was; naar aanleiding van die opmerking zou binnen KLM geen enkel draagvlak meerbestaan om werknemer als vlieger te laten terugkeren. Deze opmerking is ook de omstandigheid op grond waarvan KLM heeft besloten werknemer aan de grond te houden vanwege gebrek aan vertrouwen. Gelet op de omstandigheden is het voldoende aannemelijk dat de arbeidsongeschiktheid zich voorafgaand aan de opmerking heeft opgebouwd en dat die opmerking – en daarmee het ontbindingsverzoek – verband houdt met de arbeidsongeschiktheid van werknemer. Het verzoek tot wedertewerkstelling na herstel wordt afgewezen. Voldoende aannemelijk is immers dat het wel duidelijk en voorstelbaar is dat de verhoudingen tussen partijen behoorlijk verstoord zijn geraakt.