Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 28 april 2021
ECLI:NL:RBLIM:2021:3809
Feiten
Vista College is een onderwijsinstelling. Stichting Sité c.s. (hierna: Sité) is een personeelsstichting waarvan Vista College het eigendom heeft. Als personeelsstichting sluit Sité arbeidsovereenkomsten met werknemers die vervolgens aan Vista College worden uitgeleend. Werknemer is per 1 september 2017 in dienst getreden bij Sité in de functie van docent LB. In de arbeidsovereenkomst is bepaald dat de Cao mbo wordt gevolgd met uitzondering van twee regelingen. Per brief van 4 juni 2019 heeft de raad van bestuur van Vista College het einde van de arbeidsovereenkomst per 13 juli 2019 aan werknemer medegedeeld. Sité is vervolgens per 13 juli 2019 gestopt met het betalen van loon. Werknemer vordert voor recht te verklaren dat Vista College zijn werkgever was en dat de Cao mbo onverkort van toepassing was op zijn arbeidsovereenkomst en voor recht te verklaren dat werknemer over de periode 1 september 2017 tot 13 juli 2019 recht heeft op een loon conform docent LB.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat niet Vista College maar Sité de werkelijke werkgever van werknemer is geweest. Zo blijkt uit de overgelegde arbeidsovereenkomsten en loonspecificaties dat werknemer een arbeidsovereenkomst met Sité is aangegaan en wordt werknemer niet gevolgd in zijn betoog dat Vista College geen legitiem doel heeft voor het inzetten van payrollkrachten. Krachtens de Cao mbo mag Vista College een flexibele schil hebben. Die flexibele schil wordt bij Vista College gevormd door werknemers die op basis van tijdelijke arbeidsovereenkomsten bij Sité in dienst treden. De kantonrechter begrijpt dat het hanteren van een flexibele schil noodzakelijk is vanwege onzekerheid die in de onderwijssector voortdurend heerst. Gelet hierop kan niet worden geconcludeerd dat Vista College werknemer als payrollkracht van Sité heeft ingeleend om aan haar wettelijke verplichtingen te ontsnappen of dat het door haar nagestreefde doel (flexibiliteit en continuïteit van de organisatie) niet legitiem is. Ten tweede is niet vast komen te staan dat Sité louter als verlengstuk van ROC of Vista College heeft gefungeerd. Ervan uitgaande dat Sité de werkelijke werkgever van werknemer is geweest, geldt ter zake van de toepasselijkheid van de Cao mbo dat Sité niet behoort tot de werkgevers binnen het toepassingsbereik van de cao. Daarmee strandt de vordering van werknemer om voor recht te verklaren dat Vista College zijn werkelijke werkgever is geweest en dat de Cao mbo op zijn arbeidsovereenkomst van toepassing was. Met betrekking tot de vraag of werknemer in dienst is geweest als onderwijsondersteuner of als docent LB overweegt de kantonrechter dat niet is gebleken dat werknemer feitelijk andere dan de in zijn contract vermelde werkzaamheden heeft verricht. Ook heeft werknemer zich nooit eerder beklaagd over zijn salaris in relatie tot de door hem verrichte werkzaamheden. Het is goed mogelijk dat de taken en verantwoordelijkheden gedurende de looptijd van een dienstverband veranderen en dat kan worden gesproken van een substantiële wijziging in de functie van werknemer, maar dat daarvan in casu sprake is, is niet gebleken. Nu niet is vast komen te staan dat werknemer in de volle breedte als docent LB werkzaam is geweest, kan de kantonrechter niet anders dan oordelen dat werknemer geen recht heeft op loon behorende bij de functie van docent LB. Zijn vordering om voor recht te verklaren dat hij over de periode 1 september 2017 tot 13 juli 2019 recht heeft op een loon conform carrièrepatroon docent LB zal daarom worden afgewezen.