Naar boven ↑

Rechtspraak

Van Gogh Museum Enterprises B.V./werknemer
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 17 juni 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:3182
Ontbinding arbeidsovereenkomst van directielid museum vanwege verstoorde arbeidsverhouding. Bij de hoogte van de transitievergoeding wordt geen rekening gehouden met de bonusregeling omdat werknemer, wegens corona, vrijwillig afstand heeft gedaan van de bonus.

Feiten

Werknemer is op 1 april 2017 in dienst getreden van Van Gogh Museum Enterprises B.V. (hierna: VGME) in de functie van directeur Commercie en New Business (thans genaamd senior manager VGME) voor 36 uur per week. Op het salaris is een bonusregeling van toepassing. VGME voert een onderneming die zich bezighoudt met het verwerven van fondsen voor het Van Gogh Museum. Op 1 februari 2020 is een nieuwe algemeen directeur aangetreden. Zij is tevens statutair bestuurder van VGME. De werkrelatie tussen werknemer en deze algemeen directeur is al snel na haar aantreden verstoord geraakt. Op 15 mei 2020 hebben betrokkenen daarover een gesprek gehad. In juni 2020 heeft de algemeen directeur een (met anderen) door werknemer opgesteld stuk voor een presentatie aan de raad van toezicht afgekeurd en van de agenda laten halen. Vervolgens  heeft de voorzitter van de raad van toezicht een gesprek gehad met werknemer. Op 6 oktober 2020 heeft werknemer zich ziek gemeld wegens een coronabesmetting. Op 26 oktober heeft hij het werk gedeeltelijk (voor 50%) hervat. In de probleemanalyse van 14 januari 2021 heeft de bedrijfsarts onder meer vermeld dat er sprake is van een verstoorde werkverhouding. Werknemer heeft vanwege de coronacrisis vrijwillig afstand gedaan van een bonus (drie brutomaandsalarissen) voor het jaar 2020. Per e-mail van 3 december 2020 is hem bericht dat voor hem ook in 2021 geen bonusregeling kan gelden, aangezien VGME aanspraak maakt op de NOW-regeling. Per e-mail van 18 januari 2021 heeft de algemeen directeur beschreven hoe de verstoorde relatie in haar visie was ontstaan en heeft zij een beëindigingsvoorstel gedaan. Dat voorstel heeft werknemer niet aanvaard, waarna partijen in de periode van 11 februari 2021 tot en met 26 maart 2021 gesprekken hebben gevoerd met een mediator, zonder succes. Op 22 maart 2021 heeft werknemer zich volledig ziek gemeld. In deze procedure verzoekt VGME ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege een verstoorde arbeidsrelatie, dan wel ongeschiktheid voor de functie.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat het ontbindingsverzoek op de primaire grond moet worden toegewezen. Het is evident dat de verstandhouding tussen partijen ernstig en onherstelbaar verstoord is geraakt, waardoor een onwerkbare situatie is ontstaan. Werknemer betwist weliswaar dat de verstoring ernstig en duurzaam is, maar maakt niet duidelijk hoe de relatie thans, na mislukte bemiddeling en mediation, nog kan worden hersteld. Alleen al het feit dat werknemer zijn werkgever op een groot aantal punten van onwaarheid beticht, maakt duidelijk dat aanblijven er niet in zit. Anders dan werknemer betoogt, kan niet worden geoordeeld dat VGME van deze situatie een ernstig verwijt valt te maken. Niet valt in te zien dat VGME in de persoon van de algemeen directeur bewust op het ontstaan van een onhoudbare situatie zou hebben aangestuurd om een ontslaggrond te creëren. Aangenomen moet worden dat werknemer zijn positie ten opzichte van die van de (eindverantwoordelijk) algemeen en statutair directeur verkeerd heeft ingeschat. Onder de gegeven omstandigheden is herplaatsing niet aan de orde. Van een opzegverbod is geen sprake. Het vorenstaande betekent dat een billijke vergoeding evenmin aan de orde is. De arbeidsovereenkomst zal vanwege de lange duur van deze procedure worden ontbonden per 1 juli 2021. De door VGME becijferde transitievergoeding zal worden toegewezen. De hogere door werknemer verzochte vergoeding gaat uit van de door hem gepretendeerde aanspraak op bonus en stuit af op het feit dat werknemer vrijwillig afstand van deze bonus heeft gedaan.