Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Smiled B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 29 juni 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:6372
Geschil over afwikkeling arbeidsovereenkomst. Werknemer is uit hoofde van een geldleningsovereenkomst nog een bedrag aan werkgever verschuldigd en werkgever mag dit bedrag verrekenen met laatste salarisbetaling. Werknemer kan (gedeeltelijk) aanspraak maken op provisie.

Feiten

Werknemer is met ingang van 1 januari 2018 werkzaam geweest bij Smiled B.V. Voordien, op 3 november 2017 en 30 november 2017, heeft de bestuurder van Smiled twee keer een bedrag van € 2.500 op een bankrekening van werknemer overgemaakt. Op 25 januari 2018 hebben partijen een leningsovereenkomst gesloten, waarbij Smiled een bedrag van € 5.000 aan werknemer ter beschikking heeft gesteld. Op 26 januari 2018 heeft Smiled een bedrag van € 5.000 aan werknemer overgemaakt. Werknemer heeft op diezelfde dag een bedrag van € 5.000 aan de bestuurder overgemaakt. In een brief van 24 mei 2018 heeft Smiled aan werknemer laten weten dat zijn arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd. Daarnaast is verzocht om de door Smiled verstrekte lening af te betalen voor het einde van de arbeidsovereenkomst. Op 25 juni 2018 heeft Smiled werknemer geschorst. In een brief van 24 juli 2018 heeft werknemer Smiled aangeschreven tot betaling van achterstallig loon over de maand juni 2018 en € 4.000 bruto op grond van de provisieregeling. Beide partijen hebben vorderingen bij de kantonrechter ingesteld. De kantonrechter heeft geoordeeld dat werknemer de lening aan Smiled verschuldigd is en acht Smiled bevoegd om tot verrekening over te gaan met het salaris van werknemer. De vordering inzake provisie is afgewezen. Hiertegen komt werknemer in hoger beroep op.

Oordeel

Het hof stelt vast dat niet in geschil is dat de bestuurder op 3 en 30 november 2017 een bedrag van € 2.500 aan werknemer heeft betaald. Uit de overgelegde WhatsApp-correspondentie blijkt dat dit te maken had met financiële nood van werknemer wegens het uitblijven van salarisbetaling elders. Dat deze betaling verband hield met een tussen partijen afgesproken vergoeding voor verrichte werkzaamheden, blijkt daaruit geenszins. De enkele uitlating dat werknemer deze betaling waardeert en het ook ruimschoots goed gaat maken, is onvoldoende om ervan uit te gaan dat die betaling wel berust op een dergelijke afspraak. Dat valt ook niet te rijmen met de omstandigheid dat werknemer desgevraagd aangeeft hoeveel hij nodig heeft.  De uitlatingen van werknemer kunnen niet dienen als ondersteuning van zijn stelling dat de betalingen in 2017 berustten op een door partijen gemaakte afspraak voor vergoeding van werkzaamheden voor Smiled. Hiervoor is van belang dat werknemer desgevraagd niet concreet en specifiek, maar juist vaag en wisselend over die afspraak heeft verklaard en daar de uitdrukkelijke betwisting van Smiled tegenover staat. Onder deze omstandigheden kan aan het feit dat Smiled pas bij het einde van het dienstverband aanspraak heeft gemaakt op terugbetaling van de lening, ook niet het gewicht worden toegekend dat werknemer daaraan toegekend wenst te zien. Al met al oordeelt het hof dat werknemer onvoldoende heeft aangevoerd om de dwingende bewijskracht van de akte te ontzenuwen van de in de geldleningsovereenkomst vermelde feiten dat Smiled € 5.000 aan werknemer heeft geleend en dat die lening diende ter inlossing van de persoonlijke schuld van werknemer van dit bedrag aan de bestuurder. Gelet op het voorgaande gaat het hof ervan uit dat werknemer € 5.000 van Smiled heeft geleend en dat werknemer dit bedrag aan Smiled niet heeft afgelost. Omdat het hof uitgaat van een lening van Smiled aan werknemer , kan Smiled deze lening, vermeerderd met de verschuldigde rente, verrekenen met de laatste salarisbetaling aan werknemer. Tot slot oordeelt het hof ten aanzien van de gevorderde provisie dat werknemer slechts met betrekking tot één project recht heeft op betaling van de overeengekomen provisie. Derhalve kan werknemer enkel aanspraak maken op € 1.000 bruto aan provisie.