Rechtspraak
Feiten
Werknemer is op 1 november 2010 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van Senior Toolmaker. In 2016 heeft een reorganisatie bij werkgeefster plaatsgevonden. Een deel van de werkzaamheden die voorheen in Nederland werd verricht, is naar vestigingen van werkgeefster in Azië verplaatst. Bij de reorganisatie zijn 25 arbeidsplaatsen vervallen en is de afdeling waarop werkneemster werkzaam was gehalveerd, te weten van vier naar twee toolmakers. Werknemer heeft zijn functie bij deze reorganisatie behouden. In november 2019 en juli 2020 hebben gesprekken plaatsgevonden tussen werknemer en zijn leidinggevende. In gespreksverslagen is te lezen dat werknemer zijn vaardigheden moet verbreden omdat in de toekomst de werkzaamheden waarbij gebruik wordt gemaakt van de CNC-techniek, waar werknemer mee werkt, zullen afnemen. Daarbij staat als actiepunt dat werknemer een training op persoonlijk niveau moet volgen om de samenwerking met collega’s te verbeteren. Op 22 september 2020 heeft werkgeefster een beëindigingsovereenkomst aan werknemer aangeboden. Werknemer heeft hiermee niet ingestemd. Het UWV heeft bij besluit van 27 januari 2021 aan werkgeefster toestemming verleend voor opzegging van de arbeidsovereenkomst. Werknemer verzoekt de arbeidsovereenkomst te herstellen.
Oordeel
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werkgeefster voldoende aannemelijk gemaakt dat de functie van werknemer wegens bedrijfseconomische redenen is komen te vervallen. De reorganisatie in 2016 heeft ertoe geleid dat de productontwikkeling op een andere manier wordt vormgegeven. De werkzaamheden die vielen onder de functie Senior Toolmaker, zijn ondergebracht in de functie Senior Technical Support Engineer. Deze laatste functie vraagt een combinatie van technieken, waarbij niet alleen gebruikgemaakt wordt van de CNC-techniek. Door de ruime mate van verbreding van de functie, is de conclusie dat daarmee de functie van Senior Toolmaker an sich is komen te vervallen. In beginsel is dan ook sprake van een redelijke grond voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werkgeefster zich echter onvoldoende ingespannen om werknemer te herplaatsen. Toen bekend werd dat de functie Senior Toolmaker volledig zou komen te vervallen, had het op de weg van werkgeefster gelegen om samen met werknemer te inventariseren welke functies passend (te maken) waren en of deze binnen een redelijke termijn beschikbaar zouden komen. Het staat namelijk vast dat het niet uitgesloten was dat werknemer met behulp van scholing kon worden herplaatst in de functie van Senior Technical Support Engineer. Ook staat vast dat werkgeefster per 1 oktober 2020 iemand heeft aangenomen in deze functie, zodat er een vacature was op het moment dat werkgeefster het initiatief heeft genomen om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Daarbij is werkgeefster in haar scholingsplicht tekortgeschoten. Het had op de weg van werkgeefster gelegen werknemer te begeleiden en belemmeringen weg te nemen die bestonden voor de positie van Senior Technical Support Engineer. Werkgeefster had het initiatief moeten nemen om aan werknemer scholing op persoonsniveau aan te bieden. Werkgeefster had werknemer voor deze cursussen moeten inschrijven. Het enkel tegen werknemer zeggen dat hij een cursus moet volgen is onvoldoende, temeer nu niet vaststaat dat werkgeefster werknemer heeft geïnformeerd dat als hij zich deze vaardigheden niet binnen een bepaalde tijd meester maakte, hij zijn baan bij werkgeefster op het spel zette. Dit alles maakt dat werkgeefster onvoldoende herplaatsingsinspanningen heeft verricht zodat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst herstelt.