Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/ werknemer
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 10 augustus 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:7689
Werkgever beroept zich op verrekening met de vorderingen van werknemer, maar heeft dit onvoldoende onderbouwd. Beroep op verrekening wordt afgewezen.

Feiten

Werknemer is van 1 september 2018 tot 1 oktober 2019 in dienst geweest van werkgever. Na afloop van het dienstverband heeft werknemer (via zijn advocaat) bij werkgever aanspraak gemaakt op betaling van achterstallig loon. Werkgever heeft die aanspraak alleen gedeeltelijk gehonoreerd. Werknemer heeft betaling van achterstallig loon en emolumenten gevorderd. De kantonrechter heeft de vorderingen toegewezen. Werkgever komt tegen het vonnis in hoger beroep.

Oordeel

Werkgever heeft terecht geklaagd dat de kantonrechter in zijn vonnis niet heeft bepaald dat het bedrag dat hij moet betalen een brutobedrag betreft. Uit de stellingen van werkgever leidt het hof verder af dat werkgever op zichzelf niet betwist dat hij de door werknemer gevorderde bedragen aan achterstallige looncomponenten verschuldigd is, dat hij ook niet betwist dat hij die componenten als zodanig niet heeft betaald, maar dat hij zich erop beroept dat hij de vorderingen die werknemer op grond daarvan op hem heeft, kan verrekenen met een bedrag aan nog niet eerder met het loon verrekende voorschotbetalingen. Dat beroep moet worden beschouwd als een bevrijdend verweer, waarvan op werkgever de stelplicht en bewijslast rusten. Tegenover de betwisting door werknemer dat hij nog niet verrekende voorschotbetalingen heeft ontvangen – volgens werknemer hadden de betreffende betalingen andere achtergronden – heeft werkgever zijn verweer echter niet onderbouwd.