Naar boven ↑

Rechtspraak

Magneto Special Anodes B.V./werkneemster
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 30 juli 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:7615
Opzegverbod tijdens ziekte staat in de weg aan ontbinding op de a-grond. De bedongen arbeid is het werken als assistent-inkoper op kantoor. Daarnaast geen bedrijfseconomische omstandigheden aanwezig geacht.

Feiten

Werkneemster is sinds 1 december 2011 bij Magneto Special Anodes B.V. (hierna: Magneto) in dienst. Op 28 januari 2020 heeft werkneemster zich ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft bij periodieke evaluatie geoordeeld dat er bij werkneemster per 12 november 2020 geen sprake meer is van arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte en/of gebrek. Op 12 november 2020 heeft Magneto bij het UWV een verzoek tot beëindiging wegens bedrijfseconomische omstandigheden ingediend. Werkneemster heeft op 16 november 2020 een deskundigenoordeel aangevraagd bij het UWV. Uit een verzekeringsgeneeskundig rapport d.d. 26 januari 2021 volgt dat werknemer per 11 november 2020 niet geschikt was voor het uitvoeren van de bedongen arbeid. Op 24 februari 2021 heeft de bedrijfsarts geoordeeld dat werkneemster arbeidsongeschikt is voor het verrichten van haar arbeid vanuit de werkplek op kantoor onder de huidige omstandigheden. Bij beslissing d.d. 30 maart 2021 van het UWV is de ontslagaanvraag van Magneto afgewezen. In deze procedure verzoekt Magneto ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de a-grond.

Oordeel

Opzegverbod en arbeidsongeschiktheid

Niet in geschil is dat werkneemster gedurende haar tienjarige dienstverband telkens werd geacht om feitelijk haar werkzaamheden vanuit kantoor te verrichten en dat werkneemster dit ook heeft gedaan. Een en ander beschouwt de kantonrechter als belangrijke aanwijzing om aan te nemen dat het verrichten van de werkzaamheden van assistent-inkoper door werkneemster vanuit kantoor, hoewel niet expliciet in de arbeidsovereenkomst opgenomen, als de bedongen arbeid moet worden beschouwd. De kantonrechter overweegt hiertoe dat onder de bedongen arbeid tevens moet worden begrepen de locatie van waaruit de werkzaamheden dienen te worden verricht. Met het tijdelijk toestaan van thuiswerken, ten behoeve van de re-integratie, heeft geen wijziging van de bedongen arbeid plaatsgevonden en evenmin kan worden aangenomen dat Magneto een structurele aanpassing van de arbeid heeft beoogd, althans heeft werkneemster daarop niet gerechtvaardigd kunnen vertrouwen. Passende arbeid wordt pas bedongen arbeid wanneer werkgever en werknemer een nieuwe arbeidsovereenkomst sluiten. Nu naar het oordeel van de kantonrechter de bedongen arbeid het werken op de kantoorlocatie van Magneto is, en zowel uit het deskundigenoordeel van het UWV als de periodieke evaluatie van de bedrijfsarts d.d. 24 februari 2021 volgt dat werkneemster arbeidsongeschikt is voor het verrichten van haar arbeid vanuit de werkplek op kantoor, wordt geconcludeerd dat het opzegverbod tijdens ziekte van toepassing is en aan inwilliging van het ontbindingsverzoek van Magneto in de weg staat.

Ontbinding wegens bedrijfseconomische omstandigheden

Hoewel het opzegverbod tijdens ziekte reeds aan inwilliging van het ontbindingsverzoek in de weg staat, is de kantonrechter voorts van oordeel dat de door Magneto naar voren gebrachte omstandigheden geen redelijke grond voor ontbinding opleveren. Van bedrijfseconomische omstandigheden is naar het oordeel van de kantonrechter, mede bezien in het licht van de gemotiveerde betwisting van werkneemster, niet, althans onvoldoende, gebleken. Uit de door Magneto gestelde omstandigheid, inhoudende dat de taken van werkneemster gedurende haar arbeidsongeschiktheid over collega’s is verdeeld, volgt naar het oordeel van de kantonrechter nog niet dat de functie van werkneemster inmiddels dermate is uitgehold dat daarmee geen volwaardige functie is overgebleven. In dat kader wordt erop gewezen dat werkneemster heeft gesteld, welke stelling door Magneto niet is bestreden, dat zij tot eind september 2020 vanuit huis voor vrijwel haar volledig aantal uren nog werkzaamheden heeft verricht in het kader van haar re-integratie. Magneto heeft daarnaast niet onderbouwd dat er voor het vervallen van de functie van werkneemster daadwerkelijk een bedrijfseconomische noodzaak bestond. Voorgaande leidt tot afwijzing van het door Magneto ingediende ontbindingsverzoek.