Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Sterk Beton B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 5 augustus 2021
ECLI:NL:RBNHO:2021:7287
In deze deelgeschilprocedure kan nog niet worden beoordeeld of werkgever aansprakelijk is voor het bedrijfsongeval, omdat daarvoor nader bewijs nodig is. Een deelgeschilprocedure leent zich hier niet voor.

Feiten

Werknemer is in 2015 als uitzendkracht werkzaam geweest bij Sterk Beton B.V. Op 20 maart 2015 is werknemer een bedrijfsongeval overkomen. Werknemer heeft Sterk Beton aansprakelijk gesteld voor de schade als gevolg van het bedrijfsongeval. Sterk Beton heeft dat afgewezen. Werknemer verzoekt de kantonrechter, in het kader van een deelgeschilprocedure, om voor recht te verklaren dat Sterk Beton op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk is voor het bedrijfsongeval op 20 maart 2015.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek van werknemer zich niet leent voor een behandeling en beoordeling in deze deelgeschilprocedure. Gelet op het doel van een deelgeschilprocedure – het bevorderen van de buitengerechtelijke onderhandelingen – moet de rechter de investering in tijd, geld en moeite afwegen tegen het belang van de vordering en de bijdrage die een beslissing aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst kan leveren. Tussen partijen staat niet ter discussie dat op 20 maart 2015 een bedrijfsongeval heeft plaatsgevonden waarbij werknemer tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden betrokken is geraakt. Vast staat dat een zogenoemd wapeningsnet is gekanteld en op het hoofd en de schouders van werknemer is gevallen. Werknemer is onder het wapeningsnet terechtgekomen en had een wond aan zijn achterhoofd. Ook staat vast dat werknemer geen gebruik heeft gemaakt van spanbanden om dat wapeningsnet vast te zetten, waardoor het wapeningsnet kon kantelen en vallen. Sterk Beton heeft uitvoerig gemotiveerd dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan en niet aansprakelijk is. Werknemer heeft alle stellingen van Sterk Beton betwist en gesteld dat hij geen instructies heeft gehad, dat er geen spanbanden aanwezig waren op de werkplek en dat hij die spanbanden ook nooit heeft gebruikt. Ook wordt ontkend dat er voldoende toezicht was. Gelet op het voorgaande staan de standpunten van partijen over de naleving van de zorgplicht door Sterk Beton haaks op elkaar. Sterk Beton heeft weliswaar de bewijslast ten aanzien van de naleving van de zorgplicht, maar zij stelt gemotiveerd en onderbouwd dat die zorgplicht is nageleefd. De kantonrechter kan in het kader van dit deelgeschil daarom niet beoordelen of de zorgplicht is geschonden en niet vaststellen dat Sterk Beton aansprakelijk is. Daarvoor zal nader bewijs of tegenbewijs moeten worden geleverd door Sterk Beton dan wel werknemer. Mogelijk is ook nader deskundigenonderzoek nodig. Nadere bewijslevering en nader (deskundigen) onderzoek zullen veel tijd, kosten en moeite met zich meebrengen. Afgewogen tegen het belang van de vordering en de bijdrage die een beslissing aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst kan leveren, moet het verzoek om een beslissing in dit deelgeschil daarom worden afgewezen. Voor de beoordeling en beantwoording van de verschillende vragen in deze zaak is het voeren van een gewone (bodem)procedure de aangewezen weg. De conclusie is dat deze zaak niet geschikt is voor een beoordeling in een deelgeschil en dat het verzoek van werknemer dus moet worden afgewezen.