Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/ Storm Industriediensten B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 26 juli 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:8180
Gelet op het advies van de tweede bedrijfsarts – dat werkhervatting ten zeerste wordt afgeraden – is voldoende aannemelijk dat werkneemster volledig arbeidsongeschikt is en dat niet gezegd kan worden dat zij haar re-integratieverplichtingen niet is nagekomen.

Feiten

Werkneemster is sinds 18 december 2017 in dienst bij Storm. Werkneemster heeft zich op 10 februari 2021 telefonisch ziekgemeld bij Storm. Op 4 maart 2021 heeft de bedrijfsarts geconcludeerd dat er ten aanzien van de mogelijkheid tot werken van werkneemster sprake is van benutbare mogelijkheden. Op 10 maart 2021 heeft Storm werkneemster zowel telefonisch als per e-mail uitgenodigd om op 12 maart 2021 op het kantoor van Storm in gesprek te gaan over de re-integratiemogelijkheden. Werkneemster heeft aangegeven daar niet toe in staat te zijn omdat ze niet kon autorijden en geen gebruik kon maken van het openbaar vervoer in verband met de kans op paniekaanvallen. Per e-mail d.d. 12 maart 2021 heeft werkneemster aan Storm kenbaar gemaakt het niet eens te zijn met de probleemanalyse die was opgesteld. Storm heeft per e-mail d.d. 15 maart 2021 aangegeven dat zij passend werk heeft voor werkneemster en gewezen op mogelijke gevolgen voor de loonbetaling als werkneemster het advies van de bedrijfsarts niet opvolgt. Per e-mail d.d. 22 maart 2021 heeft Strom loonbetaling opgeschort. Op 21 april 2021 heeft het UWV het door werkneemster aangevraagde deskundigenoordeel van 20 april 2021 aan werkneemster en Storm toegezonden. Daarin staat dat er benutbare mogelijkheden zijn voor werkneemster. Werkneemster heeft bezwaar gemaakt tegen de opgelegde loonsanctie. Het UWV heeft op 2 juni 2021 een aanvullend rapport op het uitgebrachte deskundigenoordeel aan Storm toegezonden, waarin staat dat de vraag of werkneemster haar eigen werk of passend werk niet kan doen, niet kan worden beantwoord. Op 9 juli 2021 heeft werkneemster een consult gehad bij een nieuwe bedrijfsarts. Die heeft werkhervatting volledig afgeraden. Werkneemster vordert loondoorbetaling.

Oordeel

Partijen twisten over de vraag of Storm op terechte gronden een loonsanctie aan werkneemster heeft opgelegd. Duidelijk is dat er sprake is van een patstelling tussen partijen: Storm is van mening dat werkneemster niet voldoet aan haar re-integratieverplichtingen door daarover niet het gesprek met Storm aan te gaan, werkneemster daarentegen stelt dat zij volledig arbeidsongeschikt is en niet in staat is om naar het kantoor van Storm te komen. Om uit de tussen partijen ontstane impasse te geraken is een tweede bedrijfsarts ingeschakeld. Deze bedrijfsarts heeft op 12 juli 2021 een schriftelijk advies uitgebracht. Daarbij heeft hij geconcludeerd dat het niet goed gaat met werkneemster en heeft hij werkhervatting op dit moment volledig afgeraden. Gelet op het advies van de tweede bedrijfsarts – in het bijzonder het oordeel dat werkhervatting ten zeerste wordt afgeraden – is de kantonrechter voorshands van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat werkneemster volledig arbeidsongeschikt is en dat niet gezegd kan worden dat zij haar re-integratieverplichtingen niet is nagekomen. Daarmee is voorshands de loondoorbetalingsverplichting van Storm tijdens ziekte op grond van artikel 7:629 lid 1 BW komen vast te staan. De vordering wordt toegewezen.