Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/European Metal Recycling B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 1 oktober 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:9726
Werkgeefster is (als inlener) aansprakelijk voor de schade die werknemer heeft geleden bij het vervangen van een defecte bulldozer in het scheepsruim van een schip nu sprake was van een verhoogd veiligheidsrisico en zij hiertoe onvoldoende duidelijk instructies heeft gegeven.

Feiten

Werknemer is per 27 mei 2019 in dienst getreden bij bedrijf X in de functie van monteur/machinist. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de duur van 1 jaar. European Metal Recycling B.V. (hierna: EMR) is een wereldwijd opererend metaalrecyclingsbedrijf. Onderdeel van de werkzaamheden is het beladen van zeeschepen met metaalschroot. Het metaalschroot wordt vanaf de kade met behulp van een kadekraan in het ruim van het schip geladen. De kadekraan wordt bestuurd door een machinist van EMR. Om zo veel mogelijk schroot te kunnen verschepen, wordt het schroot in het scheepsruim platgemaakt en gestouwd. Dat is specialistisch werk, dat wordt verricht door zogenoemde ‘rijders’ met behulp van een bulldozer. Tussen de kraanmachinist en de rijders verloopt de communicatie via een portofoon. Werknemer is door bedrijf X aan EMR ter beschikking gesteld als rijder. In de late avond van 3 oktober 2019 heeft een arbeidsongeval plaatsgevonden in het ruim van een zeeschip gelegen op de werf van EMR. Werknemer heeft in de avond van 3 oktober 2019 zijn collega-rijder (eveneens een werknemer van bedrijf X die bij EMR te werk was gesteld) afgelost. De bulldozer waarmee zijn collega had gewerkt en waarmee werknemer zijn werkzaamheden had moeten gaan verrichten was defect geraakt en moest worden vervangen. Voor het plaatsen van de vervangende bulldozer in het ruim moest een ‘tafeltje’ (een stabiele ondergrond) worden gemaakt. Hiertoe takelt een kraanmachinist (bestuurd door een werknemer van EMR) kleine metaaldelen in het ruim. Bij het maken van dit tafeltje is een stuk staal weggeschoten. Werknemer bevond zich op dat moment in het ruim van het schip en is aan de binnenzijde van zijn linkerknie geraakt door het weggeschoten stuk metaal, met letsel tot gevolg. EMR heeft van dit ongeval een ongevalsrapport opgesteld. Werknemer heeft bij dagvaarding gevorderd voor recht te verklaren dat EMR jegens werknemer aansprakelijk is ter zake van het door hem op 3 oktober 2019 opgelopen letsel.

Oordeel

In artikel 7:658 lid 4 BW is bepaald dat ook de inlener, in dit geval EMR, aansprakelijk is voor de door werknemer geleden schade. EMR is echter niet aansprakelijk, wanneer zij aantoont dat zij de zorgplicht is nagekomen of dat de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Vaststaat dat werknemer een arbeidsongeval is overkomen tijdens zijn werk en dientengevolge schade heeft geleden. Vervolgens is het aan EMR om te stellen en zo nodig te bewijzen dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan. Uit het ongevalsrapport volgt dat het vervangen van een defecte bulldozer in een scheepsruim een verhoogd veiligheidsrisico voor de chauffeur van de bulldozer oplevert. De veiligste plek voor de chauffeur van de bulldozer in het scheepsruim is om in de cabine van de bulldozer te blijven. Precies dat is bij het vervangen van een bulldozer niet mogelijk: de defecte bulldozer dient aan de kraan te worden vastgemaakt, teneinde de kraanmachinist (in dienst van EMR) in staat te stellen de defecte bulldozer uit het ruim te tillen en de chauffeur kan daarna niet meer in die cabine terugkeren, omdat het de kraanmachinist verboden is om een machine, met een daarin aanwezige persoon, te takelen. In het geval als in casu, waarin het ruim inmiddels al met een substantiële hoeveelheid metaalschroot was geladen, werd dat risico nog verder verhoogd doordat de chauffeur, om het ruim te kunnen verlaten, over het schroot zou hebben moeten lopen naar de trap in het scheepsruim, hetgeen voor hem evenzeer risico’s op letsel met zich mee zou hebben gebracht. Uit de stukken kan worden opgemaakt dat het niet ongebruikelijk was dat een bulldozer uit het ruim moest worden vervangen. Nu het beladen van zeeschepen met metaalschroot een van de gebruikelijke werkzaamheden van EMR is en het defect raken van een bulldozer die bij die werkzaamheden wordt gebruikt niet uitgesloten is, dient EMR als goed werkgever/inlener zorg te dragen voor een helder protocol en bijbehorende veiligheidsinstructie bij het vervangen van een defecte bulldozer uit het ruim van een (deels) geladen schip.

EMR heeft aangevoerd dat werknemer, nadat hij de defecte bulldozer aan de kraan had bevestigd, het scheepsruim conform de aan hem verstrekte veiligheidsinstructies had moeten verlaten, maar dat niet heeft gedaan. EMR verwijst daartoe naar de door haar in het geding gebrachte veiligheidsvoorschriften van bedrijf X. Uit deze stukken volgt echter niet op welke wijze werknemer het scheepsruim veilig had kunnen (en had dienen te) verlaten. Behoudens dat EMR heeft aangevoerd dat zij aan iedereen die bij haar komt werken portofoons verstrekt en uitleg geeft hoe daar mee om te gaan, heeft zij verder geen specifieke maatregelen of instructies genoemd, en deze zijn ook anderszins niet gebleken, met betrekking tot een situatie als de onderhavige, waarbij sprake was van een verhoogd veiligheidsrisico voor de rijders en waarbij, behalve de betreffende rijder zelf, ook werknemers van EMR zijn betrokken. Gelet op de noodzakelijke samenwerking tussen bulldozermachinist (zoals werknemer) en kraanwerkers (die in dienst zijn van EMR) is heldere communicatie van essentieel belang. Ook op dit punt ontbreken protocollen en voldoende duidelijke instructies. EMR heeft derhalve niet voldaan aan de op haar rustende instructieplicht, hetgeen een schending oplevert van de zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 lid 1 BW. Nu evenmin is gebleken van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van werknemer, leidt het voorgaande tot de slotsom dat EMR op grond van artikel 7:658 lid 2 jo. lid 4 BW aansprakelijk is voor de schade die werknemer als gevolg van het arbeidsongeval lijdt of zal lijden. De slotsom is dat de gevorderde verklaring voor recht toewijsbaar is.