Naar boven ↑

Rechtspraak

Bestair Technici B.V./werknemers
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 21 oktober 2021
ECLI:NL:RBNHO:2021:10047
Motivering zwaarwegend bedrijfsbelang concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van werknemers is standaard en algemeen en schiet daardoor tekort. Zeker nu uit de dagvaarding blijkt dat werkgever wel een specifieke motivering kan geven.

Feiten

Werknemer 1 en werknemer 2 zijn op 1 februari 2021 in dienst getreden bij Bestair Technici B.V. (hierna: Bestair), op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 1 september 2021. Werknemer 3 is op 5 februari 2021 in dienst getreden bij Bestair, op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 1 oktober 2021. Werknemers werkten als verkoper buitendienst. In de schriftelijke arbeidsovereenkomsten van werknemers staan concurrentiebedingen, relatiebedingen, geheimhoudingsbedingen, ‘bescheidenbedingen’, antiwervingsbedingen en een beding over een verbod van nevenwerkzaamheden. De arbeidsovereenkomsten zijn geëindigd op 26 juli 2021 en 31 juli 2021. Op 29 juli 2021 hebben werknemers de besloten vennootschap Climate Masters B.V. (hierna: Climate Masters) ingeschreven in de registers van de Kamer van Koophandel. Partijen twisten over de vraag of de bedingen overtreden zijn.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat Bestair in dit kort geding niet aannemelijk heeft gemaakt dat de schriftelijke motivering in artikel 10 lid 3 van de arbeidsovereenkomst voldoet aan de hoge eisen die daaraan gesteld moeten worden en evenmin voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van zwaarwegende bedrijfsbelangen die een concurrentie- en relatiebeding kunnen rechtvaardigen. De motivering in artikel 10 lid 3 van de arbeidsovereenkomst komt namelijk in feite neer op standaardmatige en algemene opmerkingen, zonder dat voldoende duidelijk wordt gemaakt welke concrete en feitelijke kennis werknemers in hun specifieke functie zullen opdoen, en zonder dat blijkt welke concrete en specifieke kennis of bedrijfsinformatie Bestair onevenredig kan benadelen. Bestair heeft in de dagvaarding nader toegelicht welke zwaarwegende bedrijfsbelangen in haar visie het opnemen van een concurrentie- en relatiebeding in de arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd van werknemers kunnen rechtvaardigen. Daarbij is de specifieke functie van werknemers genoemd en is als concreet belang onder meer vermeld de kennis van werknemers over betalingscondities en financieringsmogelijkheden voor klanten, de kennis over unieke technische informatie over energiezuinige en milieuvriendelijke oplossingen voor innovatieve elektrische apparatuur voor temperatuurregulatie, en specifieke kennis over bedrijfsconcepten van Bestair als ‘de showroom aan huis’. Deze nadere toelichting van Bestair bevestigt voor de kantonrechter dat de motivering van de zwaarwegende bedrijfsbelangen in artikel 10 lid 3 van de arbeidsovereenkomst tekortschiet. Uit die nadere toelichting blijkt immers dat het voor Bestair op zichzelf wel mogelijk was geweest om een concrete, feitelijke en specifieke motivering te geven ter rechtvaardiging van het opnemen van een concurrentie- en relatiebeding in de arbeidsovereenkomsten, en niet te volstaan met standaardmatige en algemene opmerkingen. Maar die nadere toelichting komt te laat en doet niet af aan de gebrekkige motivering in de arbeidsovereenkomst. De wet vereist immers dat die concrete, feitelijke en specifieke motivering in ieder geval ook al in de arbeidsovereenkomst wordt opgenomen, en niet pas achteraf wordt gegeven. De kantonrechter kan daarom in het midden laten of de nadere toelichting van Bestair inmiddels wel een voldoende motivering oplevert. De kantonrechter komt dus tot de conclusie dat ervan moet worden uitgegaan dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de vereiste schriftelijke motivering van de zwaarwegende bedrijfsbelangen in artikel 10 lid 3 van de arbeidsovereenkomst tekortschiet en dat de concurrentie- en relatiebedingen om die reden zullen worden vernietigd. Alle op deze bedingen gebaseerde vorderingen van Bestair zijn daarom niet toewijsbaar. Ook de vorderingen van Bestair op grond van de gestelde schending van het geheimhoudings- en bescheidenbeding kunnen in dit kort geding niet worden toegewezen. De kantonrechter kan gelet op de gemotiveerde betwisting door werknemers in dit kort geding niet vaststellen dat het geheimhoudings- en bescheidenbeding zijn overtreden. Bestair heeft dat ook onvoldoende aannemelijk gemaakt. Het enkele feit dat werknemers in hun onderneming Climate Masters een vergelijkbaar bedrijfsconcept gebruiken en een bestelformulier hebben dat lijkt op dat van Bestair, is ook onvoldoende om te concluderen dat sprake is van een schending van het geheimhoudings- en bescheidenbeding. Bestair heeft daartegenover onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is geweest van een schending van het nevenwerkzaamhedenbeding. Werknemers hebben wel erkend dat zij tijdens het dienstverband met Bestair enige voorbereidende handelingen hebben verricht met het oog op de oprichting van Climate Masters, maar zij hebben erop gewezen dat dit pas gebeurde nadat zij door Bestair waren vrijgesteld van werk en dat het slechts ging om beperkte handelingen, zoals een inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Dergelijke handelingen rechtvaardigen niet het oordeel dat het nevenwerkzaamhedenbeding is overtreden.