Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Van Mossel Citroën B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 1 november 2021
ECLI:NL:RBNHO:2021:10078
Vordering tot schorsing van het concurrentiebeding van een autoverkoper wordt afgewezen, omdat aannemelijk is dat de belangen van de werkgever bij handhaving van dat beding zwaarder wegen dan de belangen van de werknemer bij schorsing.

Feiten

Werknemer is op 1 maart 2017 in dienst getreden bij Van Mossel. De standplaats van werknemer is per 1 oktober 2019 in Zaandam. In een brief van 2 november 2020 heeft Van Mossel bevestigd dat werknemer met ingang van 1 oktober 2020 werkzaam is als verkoopadviseur. In die brief, die door werknemer voor akkoord is ondertekend, is ook een nieuw concurrentie- en relatiebeding overeengekomen, evenals een geheimhoudingsbeding en een boetebeding. Werknemer heeft de arbeidsovereenkomst met Van Mossel opgezegd per 31 oktober 2021. In een brief van 20 september 2021 heeft Van Mossel de opzegging bevestigd en werknemer gewezen op het concurrentiebeding. Werknemer wil met ingang van 1 november 2021 in dienst treden bij een ander autobedrijf, Ursem Barten, dealer van de automerken Mitsubishi en Hyundai, waar hij als autoverkoper wil gaan werken in de vestiging in Zwaag. Werknemer vordert dat de kantonrechter het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding buiten werking stelt of beperkt dan wel schorst.

Oordeel

Naar het oordeel van de kantonrechter moet de vordering van werknemer worden afgewezen. Dat oordeel wordt als volgt toegelicht. Voor zover werknemer stelt dat Ursem Barten geen concurrent is van Van Mossel, zoals bedoeld in het concurrentiebeding, kan de kantonrechter werknemer daarin niet volgen. Ursem Barten is immers net als Van Mossel een autobedrijf dat zich bezighoudt met de verkoop van nieuwe en gebruikte auto’s, en met onderhoud, reparatie, service, schadeherstel en lease van auto’s. Er is dus sprake van vergelijkbare ondernemingen. Dat Van Mossel dealer is van Citroën en Peugeot, en Ursem Barten dealer van Mitsubishi en Hyundai, maakt daarbij niet uit. Bovendien heeft werknemer niet weersproken de stelling van Van Mossel op de zitting dat klanten tegenwoordig niet meer ‘merkentrouw’ zijn en dat ook autobedrijven die dealer zijn van verschillende automerken zeer concurrerend zijn. Ook staat vast dat de vestiging van Ursem Barten in Zwaag binnen de straal van 50 kilometer van het concurrentiebeding valt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Van Mossel ook voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een bijzonder belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding. Van Mossel heeft uitgebreid gemotiveerd dat werknemer in zijn functie als verkoopadviseur op de hoogte is van veel vertrouwelijke bedrijfsinformatie, waaronder alle klantgegevens, inkoopprijzen en verkoopprijzen, margeoverzichten van alle typen auto’s, calculaties, kortingsschema’s, projecten, omzetten, bedrijfsvoering en de werkwijze en strategie van Van Mossel. Ook is toegelicht dat Van Mossel een zeer specifieke werkwijze heeft wat betreft het verzamelen en inzetten van data, waarop verkopers door Van Mossel gericht worden getraind en geïnformeerd. Van Mossel heeft erop gewezen dat deze werkwijze, de kennis en het specifieke gebruik daarvan, waarmee werknemer bekend is, in de markt waarin zij opereert cruciaal is, haar positie op die markt bepaalt en doorslaggevend is voor succes in die markt. Van Mossel heeft ook voldoende gemotiveerd dat de kennis die werknemer bij Van Mossel heeft opgedaan en het inzicht dat hij heeft verkregen, merkonafhankelijk is en ingezet kan worden bij concurrenten. Werknemer heeft deze motivering en toelichting van Van Mossel onvoldoende weersproken. De stelling van werknemer op de zitting dat Van Mossel slechts algemeen bekende verkooptechnieken en standaardinformatie noemt, schiet tekort. De kantonrechter overweegt dat de door werknemer gestelde belangen tegenover de belangen van Van Mossel niet zwaar genoeg wegen. Werknemer heeft onvoldoende toegelicht dat hij bij Ursem Barten meer doorgroeimogelijkheden heeft dan bij Van Mossel. Datzelfde geldt voor andere arbeidsvoorwaarden, zoals een salarisverhoging of kortere werkweek. De kantonrechter begrijpt dat werknemer zijn ‘horizon’ wil verbreden en meer ervaring wil opdoen bij verschillende autobedrijven, maar dat is geen concreet en feitelijke belang dat voldoende gewicht in de schaal kan leggen. Ook het verzoek tot beperking van het concurrentiebeding tot 25 kilometer wordt afgewezen. Dat werknemer daardoor meer beperkt wordt omdat hij recentelijk een woning heeft gekocht in deze straal, is geen voldoende belang. Verder weegt de kantonrechter mee dat werknemer zelf heeft opgezegd en dat het concurrentiebeding werknemer niet verhindert om als autoverkoper – of in een andere functie – bij een ander autobedrijf te gaan werken.