Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Albert Heijn B.V. c.s.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 29 oktober 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:8553
Profvoetballer heeft door middel van cao-bepaling toestemming gegeven voor gebruik portret in (promotie van) voetbalplaatjesactie.

Feiten

Werknemer is professioneel voetballer in de Eredivisie en kwam ten tijde van het aanhangig maken van de onderhavige procedure uit voor ADO Den Haag. Op de arbeidsovereenkomst tussen werknemer en ADO Den Haag was de Cao voor contractspelers betaald voetbal Nederland 2017-2021 (hierna: de cao) van toepassing. In de cao is bepaald dat de werkgevers en werknemers de Stichting cao voor contractspelers toestemming geven voor het gebruik van de aan ieder van hen individueel toekomende rechten ten behoeve van de exploitatie van collectieve commerciële rechten. Hieronder wordt onder meer verstaan het evenredig en gelijkmatig gebruik van afbeeldingen, namen en/of overige persoonlijkheidsrechten van ten minste elf werknemers van elk van die werkgevers uit de Eredivisie. Op grond van deze cao-bepaling heeft de Stichting cao voor contractspelers aan Albert Heijn toestemming gegeven voor het gebruik van portretten van in totaal 198 voetballers voor haar landelijke voetbalplaatjesactie. Voor de spaaractie heeft Albert Heijn in al haar filialen promotie gemaakt. Voor deze promotie werden de (uitvergrote) beelden van voetbalplaatjes (waaronder die van werknemer) naast elkaar in de winkels opgehangen. Werknemer stelt dat Albert Heijn op deze wijze onrechtmatig inbreuk maakt op zijn portretrechten. Hij zou alleen toestemming hebben gegeven om zijn portret op het voetbalplaatje zelf te gebruiken en niet in promotie-uitingen ervan.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit de betreffende cao-bepaling volgt dat het moet gaan om de exploitatie van collectieve commerciële rechten en niet om de exploitatie van de populariteit van individuele spelers. De spaaractie voor voetbalplaatjes is een dergelijke collectieve exploitatie en dit geldt ook voor de promotie van de spaaractie. Albert Heijn heeft gemotiveerd betwist dat het portret van werknemer ter promotie individueel is gebruikt. Er zijn weliswaar posters en berichten op socialemediakanalen geopenbaard met uitsluitend het portret van werknemer, maar deze maken gezien hun context onmiskenbaar onderdeel uit van een groter geheel, namelijk de promotie van de spaaractie als geheel. Het gaat hier bovendien om een gebruik van het portret dat redelijkerwijze was te voorzien, nu het een gebruikelijke wijze van promotie betreft. Albert Heijn mocht er daarom in redelijkheid van uitgaan dat de toestemming voor het promoten van de voetbalplaatjes besloten lag in de toestemming tot het exploiteren van het portret in de spaaractie zelf. De vordering van werknemer wordt afgewezen.