Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 4 maart 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:1780
Feiten
Werknemer was als zeevarende in de rang van ‘fitter’ werkzaam aan boord van een onder de vlag van de Marshall Islands varend zeeschip. Nat Bermuda Holdings Limited (hierna: Owners) is eigenaar van het schip. Op de zeearbeidsovereenkomst, gesloten op 15 juli 2019, zijn cao’s van toepassing. Werknemer heeft medio 2019 tijdens zijn 'pre-employment medical examination' aangegeven dat hij geen medische problemen had. Op enig moment is werknemer knieklachten gaan ondervinden. Op 25 augustus 2019 is werknemer van boord gegaan voor medisch onderzoek. Na het maken van MRI-foto’s heeft de arts in Singapore geconstateerd dat de voorste kruisband was afgescheurd en dat er letsel aanwezig was aan beide menisci van de rechterknie als gevolg waarvan werknemer niet kon werken. Werknemer is toen gerepatrieerd naar Oekraïne, waar hij enige tijd later is geopereerd. Werknemer is in maart 2020 (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt verklaard door de ‘medical-social expert commission’ van het ministerie van Oekraïne. Tot en met februari 2021 heeft werknemer het ziekengeld ontvangen. Ook zijn de medische kosten door Owners vergoed. Werknemer vordert onder meer een verklaring voor recht dat Owners aansprakelijk is voor de schade van werknemer als gevolg van een aan hem op 16 augustus 2019 overkomen ongeval en Owners te veroordelen tot vergoeding van de als gevolg daarvan geleden schade.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu niet is gebleken dat de Nederlandse rechter reeds uit anderen hoofde rechtsmacht heeft en er geen buitenlandse rechter wiens uitspraak in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd bevoegd is (een executieverdrag ontbreekt), is de kantonrechter te Rotterdam op grond van artikel 767 Rv bevoegd om van dit geschil kennis te nemen. Partijen zijn het er verder over eens dat het recht van de Marshall-eilanden in deze zaak van toepassing is, zodat de kantonrechter de vorderingen naar dat recht zal beoordelen. Tussen partijen is niet in geschil dat werknemer tijdens zijn dienstverband aan boord van het schip problemen aan zijn kniebanden is gaan ondervinden, die in Singapore voor het eerst medisch zijn onderzocht en behandeld. Partijen verschillen wel van mening of de door werknemer ondervonden knieproblemen het gevolg zijn van een ongeval aan boord. De kantonrechter is van oordeel dat gelet op de gemotiveerde betwisting van Owners, werknemer op dit moment onvoldoende heeft onderbouwd dat op 16 augustus 2019 het door hem gestelde ongeval heeft plaatsgevonden, zodat dit nog niet als vaststaand kan worden aangenomen. Partijen zijn het ter zitting erover eens dat er bewijslevering nodig is en dat de bewijslast op werknemer ligt. Werknemer zal derhalve in de gelegenheid worden gesteld om bewijs te leveren van zijn stelling dat op 16 augustus 2019 een ongeval aan boord van het schip heeft plaatsgevonden.