Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 13 april 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:2833
Feiten
Werknemer is per 11 november 2019 bij TOS Ontstoppingsservice B.V. (hierna: TOS) in dienst getreden als algemeen medewerker. TOS is een ontstoppingsservice- en loodgietersbedrijf. Op 19 oktober 2020 heeft werknemer de opdracht gekregen om bij een klant het urinoir te ontstoppen. Die klant heeft daarbij aan werknemer medegedeeld dat hij zelf (tevergeefs) had getracht de verstopping te verhelpen met behulp van ontstoppingskorrels. Tijdens de uitoefening van de werkzaamheden heeft werknemer letsel opgelopen, te weten brandwonden aan zijn knieën en enkels. Werknemer heeft TOS aansprakelijk gesteld voor zijn geleden en te lijden schade. TOS heeft aansprakelijkheid van de hand gewezen. Werknemer verzoekt onder meer een verklaring voor recht inhoudende dat TOS hoofdelijk aansprakelijk is voor de gehele materiële en immateriële geleden en te lijden schade, zonder vorm van eigen schuld, dan wel te oordelen dat er geen plaats is voor toerekening daarvan aan werknemer.
Oordeel
De kantonrechter is van oordeel dat TOS in de gegeven omstandigheden niet al die maatregelen heeft getroffen, die redelijkerwijs van haar mochten worden verwacht ter voorkoming van schade bij werknemer. Hoewel vaststaat dat TOS aan werknemer diverse instructies op het gebied van veiligheid van algemene aard heeft gegeven, ontbreken specifieke instructies waaruit volgt welke maatregelen door werknemer dienen te worden getroffen in het geval er wordt gewerkt met een ontstoppingsmiddel. Zo volgt uit het overgelegde ‘Blauwe boekje’ weliswaar een algemene waarschuwing voor het werken met gevaarlijke stoffen, maar specifieke maatregelen worden daarbij niet genoemd. De Functie RI&E schrijft slechts voor dat in het geval van het in contact komen met gevaarlijke stoffen de juiste beschermingsmiddelen gedragen dienen te worden. Om welke beschermingsmiddelen het gaat, is echter niet nader gespecificeerd. Nog daargelaten dat werknemer heeft bestreden dat het zogenoemde waadpak deel uitmaakt van die verstrekte beschermingsmiddelen, volgt bovendien nergens uit dat TOS op enig moment instructies omtrent het dragen van een waadpak heeft gegeven. De door TOS ingenomen stelling, inhoudende dat het op basis van de door TOS gegeven instructies voor iedere werknemer duidelijk is dat er in een geval als het onderhavige een waterstofzuiger dient te worden gebruikt en/of een waadpak dient te worden gedragen, vindt geen steun in de overgelegde stukken. Kortom, TOS heeft niet aan haar zorgplicht voldaan. Er kan niet van bewuste roekeloosheid van werknemer worden uitgegaan. De kantonrechter verklaart voor recht dat TOS aansprakelijk is voor de materiële en immateriële schade die werknemer lijdt en geleden heeft als gevolg van het bedrijfsongeval.