Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Staat der Nederlanden, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 4 april 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:3001
Functiewaardering. Kan de Staat in redelijkheid tot het besluit komen om de functie van gezagvoerder VWM Binnenvaart en Kustvaart in te schalen in schaal 7 in plaats van schaal 8?

Feiten

Werknemer is sinds 1 augustus 2016 in dienst bij de Staat en werkzaam in de functie van gezagvoerder VWM Binnenvaart en Kustvaart bij de dienst Rijkswaterstaat Verkeers- en Watermanagement (VWM). VWM maakt deel uit van de Rijksrederij van Rijkswaterstaat (hierna: de Staat). De arbeidsrelatie tussen werknemer en de Staat wordt met de inwerkingtreding van WNRA sinds 1 januari 2020 beheerst door het civiele (arbeids)recht. Als gevolg daarvan is tussen de Staat en werknemer sinds 1 januari 2020 sprake van een arbeidsovereenkomst. Op die arbeidsovereenkomst is de Cao Rijk (hierna: de cao) van toepassing. In artikel 16.2 van de cao is een Geschillencommissie aangewezen. Bij deze Geschillencommissie kan een werknemer van de Rijksoverheid (onder andere) terecht als er sprake is van een meningsverschil over de vraag of aan zijn werkzaamheden een te lage salarisschaal is verbonden. Inschaling vindt plaats aan de hand van het functiewaarderingssysteem van de sector Rijk (hierna: Fuwasys). Op grond van Fuwasys wordt werknemer ingedeeld in schaal 7, terwijl hij van mening is dat hij moet worden ingedeeld in schaal 8, onder meer omdat bij de waardering van het kenmerk ‘kennis en inzicht’ geen rekening is gehouden met de aanvullende opleidingseisen. De geschillencommissie stelt werknemer in het gelijk. De Staat neemt het oordeel van de Geschillencommissie dat de functie in schaal 8 hoort niet over. Werknemer vordert onder meer een verklaring voor recht dat de functie met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 2016 gewaardeerd dient te worden in salarisschaal 8 en vordert tevens achterstallig loon, vakantiegeld en eindejaarsuitkering.

Oordeel

Volgens vaste rechtspraak heeft de kantonrechter, wanneer een geschil over een besluit tot functiewaardering wordt voorgelegd, slechts te beoordelen of de werkgever binnen de grenzen van het toepasselijke functiewaarderingssysteem is gebleven en, indien dat het geval is, of de werkgever in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen (HR 14 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2290NJ 2003/312, HR2 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3800NJ 2003/442 en Hof Arnhem-Leeuwarden 21 mei 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:3569). Tussen partijen is niet in geschil dat de Staat binnen de grenzen van het toepasselijke functiewaarderingssysteem is gebleven. De kantonrechter dient daarom alleen de vraag te beantwoorden of de Staat in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen om de functie van gezagvoerder VWM Binnenvaart en Kustvaart in te schalen in schaal 7. De kantonrechter komt tot het oordeel dat de Staat tot het besluit is kunnen komen deze functie in redelijkheid en in overeenstemming met Fuwasys (2007) in te schalen in schaal 7. Daarbij is volgens de kantonrechter van belang dat (1) de inschaling moet plaatsvinden aan de hand van Fuwasys 2007 in plaats van Fuwasys 2002, (2) de Staat de juistheid van de overweging van de Geschillencommissie gemotiveerd heeft weersproken, (3) de Staat stelt dat opleiding geen factor is die bij functiewaardering een rol speelt en dus niet meeweegt bij de waardering van het kenmerk ‘kennis en inzicht’, (4) de functiebeschrijving de kenmerken uit Fuwasys naadloos volgt, (5) het argument van de Geschillencommissie dat de opleidingseisen wel relevant moeten zijn, omdat ze anders niet in de functiebeschrijving zouden zijn opgenomen, dient te worden verworpen en (6) in de cao geen regels zijn opgenomen waaruit volgt in hoeverre terugwerkende kracht moet worden toegekend aan een schaalwijziging. De vorderingen van werknemer worden afgewezen.