Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Leiden), 14 april 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:4119
Feiten
Werkneemster is in augustus 2018 bij MBO Rijnland gestart met de driejarige opleiding tot tandartsassistente in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL). In het kader van haar opleiding heeft werkneemster gesolliciteerd bij Tandartspraktijk Merenwijk Tandartspraktijk Merenwijk, een erkend leerbedrijf. Tussen MBO Rijnland, werkneemster en Tandartspraktijk Merenwijk is in oktober 2018 een praktijkovereenkomst gesloten, met een geplande einddatum van 31 juli 2021. Daarnaast is een stageovereenkomst voor bepaalde tijd overeengekomen met een looptijd tot 31 juli 2021. Deze overeenkomst is mondeling verlengd. Werkneemster meldt zich op 31 augustus 2021 ziek. Tandartspraktijk Merenwijk meldt werkneemster schriftelijk dat de stageovereenkomst van rechtswege eindigt op 1 november 2021. Werkneemster stelt zich op het standpunt dat er een arbeidsovereenkomst is gesloten die in strijd met artikel 7:671 en 7:670 BW is opgezegd. Primair wordt vernietiging van de opzegging verzocht en subsidiair een billijke vergoeding, transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding. Tandartspraktijk Merenwijk stelt dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst maar van een stageovereenkomst, die van rechtswege zou eindigen per 1 augustus 2021, in casu de einddatum van de opleiding.
Oordeel
Arbeidsovereenkomst of stageovereenkomst?
De kantonrechter is onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 15 oktober 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3019, Logidex) van oordeel dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. Dat de werkzaamheden van werkneemster in overwegende mate in het teken stonden van het opdoen van kennis in het belang van de opleiding, is naar het oordeel van de kantonrechter niet komen vast te staan. Uit hetgeen partijen hebben aangevoerd komt naar voren dat werkneemster zelfstandig aan de slag was met baliewerkzaamheden, bestellingen, afspraken maken, openen en sluiten en schoonmaakwerkzaamheden. De werkzaamheden van werkneemster kunnen daarom niet in overwegende mate worden aangemerkt als activiteiten die waren gericht op het uitbreiden van de eigen kennis en ervaring, zulks mede met het oog op de voltooiing van de opleiding. De arbeid die werkneemster voor Tandartspraktijk Merenwijk heeft verricht kwalificeert dan ook als reële arbeid en Tandartspraktijk Merenwijk heeft in die zin profijt gehad van de arbeid van werkneemster.
Opzegging arbeidsovereenkomst
Werkneemster berust in de opzegging, wat betekent dat de arbeidsovereenkomst per 1 november 2021 is geëindigd. Omdat Tandartspraktijk Merenwijk werkneemster niet uiterlijk één maand voor 31 juli 2021 schriftelijk heeft geïnformeerd over het voortzetten van de arbeidsovereenkomst, is naar het oordeel van de kantonrechter de arbeidsovereenkomst voortgezet voor een jaar. Een tussentijdse opzegbepaling ontbreekt, met als gevolg dat de arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 BW is opgezegd.
Uurloon, arbeidsomvang en achterstallig loon
Aan de hand van de door Tandartspraktijk Merenwijk overgelegde gegevens heeft de kantonrechter (1) het gemiddeld aantal uren per maand, (2) het bruto-uurloon en (3) de omvang van het door Tandartsenpraktijk Merenwijk te betalen achterstallig salaris vastgesteld.
Billijke vergoeding, transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding
De transitievergoeding en de gefixeerde schadevergoeding worden toegekend. De billijke vergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van een inzichtelijke onderbouwing en het feit dat werkneemster voldoende compensatie wordt geboden door toekenning transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding.