Rechtspraak
Feiten
Werkneemster is sinds 2 januari 2022 werkzaam bij werkgever als receptioniste/administratief medewerkster, op grond van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zes maanden. Tijdens het sollicitatiegesprek heeft werkneemster meegedeeld dat zij op een wachtlijst stond voor een maagverkleining en dat de verwachte hersteltermijn twee weken zou bedragen. Op 16 februari 2022 heeft werkneemster de maagverkleining ondergaan. Op 1 maart 2022 heeft werkneemster aan werkgever bericht dat zij nog niet kon komen werken omdat het herstel langer dan verwacht duurde. Werkgever stelde het op prijs als werkneemster weer zou komen werken. Op 7 maart 2022 heeft werkneemster – tegen het advies van de behandelend arts in – aangeboden om vanaf 9 maart 2022 halve dagen te komen werken. Bij brief van 9 maart 2022 heeft werkgever aan werkneemster bericht zich op het standpunt te stellen dat hij tijdens het sollicitatiegesprek niet juist is geïnformeerd en dat hij bij een juiste voorstelling van zaken nimmer een arbeidsovereenkomst zou zijn aangegaan. Tijdens het gesprek gaf werkneemster aan dat ze een maagverkleining zou ondergaan en dat ze twee weken weg zou zijn. Als werkneemster bij het sollicitatiegesprek had aangegeven dat ze minimaal vier tot zes weken niet zou kunnen komen, had werkgever een andere keuze gemaakt en werkneemster niet aangenomen. Werkgever heeft de arbeidsovereenkomst vernietigd op grond van dwaling. Werkneemster vordert dat werkgever wordt veroordeeld tot betaling van het (achterstallig) loon tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, vermeerderd met de nevenvorderingen (de wettelijke verhoging, wettelijke rente, het verstrekken van bruto/nettoloonspecificaties, wedertewerkstelling, dwangsom en buitengerechtelijke kosten), alsmede tot betaling van de proces- en nakosten.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt allereerst als volgt over de vraag of de arbeidsovereenkomst door werkgever buitengerechtelijk is vernietigd op grond van dwaling. Het is een feit van algemene bekendheid dat de herstelperiode na een operatie langer kan duren dan ingeschat. Onder deze omstandigheden komt de dwaling – als al van dwaling sprake is – voor risico van de dwalende, werkgever. Voor vernietiging van de arbeidsovereenkomst wegens dwaling is dan ook geen plaats. Dit brengt met zich dat de arbeidsovereenkomst nog steeds voortduurt en werkgever het loon aan werkneemster verschuldigd is en haar dient toe te laten tot de werkvloer. De daarop betrekking hebbende vorderingen liggen dan ook voor toewijzing gereed. Nu betaling van het loon niet tijdig heeft plaatsgevonden, maakt werkneemster op goede gronden aanspraak op vergoeding van de wettelijke verhoging. De gevorderde wettelijke verhoging zal – tot de gevraagde en gevorderde 50% – worden toegewezen omdat geen gronden zijn aangevoerd die tot matiging nopen. De gevorderde wettelijke rente, die door het enkele betalingsverzuim verschuldigd wordt, ligt ook voor toewijzing gereed. De gevorderde afgifte van een bruto/netto specificatie van de loonbedragen leent zich eveneens voor toewijzing. Tegen de gevorderde dwangsommen heeft werkgever geen afzonderlijk verweer gevoerd, zodat deze zullen worden toegewezen. Ook de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten voor incassowerkzaamheden en gevorderde proces- en nakosten komen voor rekening van werkgever.