Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 19 mei 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:4775
Feiten
Werknemer is op 24 augustus 2020 bij J.E. Bouw B.V. in dienst getreden. De arbeidsovereenkomst tussen partijen is aangegaan voor bepaalde tijd tot en met 23 februari 2021. Op 6 september 2020 heeft werknemer zich ziek gemeld. J.E. Bouw B.V. is op 15 december 2020 veroordeeld tot doorbetaling van loon vanaf 24 augustus 2020 totdat de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Werknemer heeft in maart 2021 beslag laten leggen op een bankrekening van J.E. Bouw, ter executie van het vonnis. Het beslag is op of rond 8 april 2021 opgeheven. J.E. Bouw vordert dat de kantonrechter werknemer veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 7.420,22. J.E. Bouw legt aan de vordering ten grondslag dat werknemer heeft geweigerd om sleutels van een bedrijfswagen en het bedrijfspand in te leveren, en onrechtmatig executoriaal beslag heeft gelegd, waardoor J.E. Bouw schade heeft geleden. Verder stelt J.E. Bouw dat een aan haar opgelegde boete moet worden vergoed door werknemer.
Oordeel
De kantonrechter is van oordeel dat de vordering van J.E. Bouw moet worden afgewezen en overweegt daartoe als volgt.
Geen aansprakelijkheid werknemer
J.E. Bouw stelt dat zij schade heeft geleden, omdat werknemer sleutels van een bedrijfswagen en het bedrijfspand niet heeft ingeleverd. J.E. Bouw heeft echter niet gesteld dat deze schade een gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van werknemer. Alleen al daarom is werknemer niet aansprakelijk voor de gestelde schade. Maar ook los daarvan kan werknemer niet aansprakelijk worden gehouden voor de kosten van vervanging van de sleutels. Werknemer heeft de sleutels in bruikleen gekregen en toen J.E. Bouw werknemer sommeerde de sleutels in te leveren, liep de arbeidsovereenkomst nog. Niet valt in te zien waarom werknemer op dat moment al een verplichting had de sleutels van het bedrijfspand in te leveren. Er is dan ook geen grond om werknemer op dit punt aansprakelijk te stellen. Hetzelfde geldt voor de sleutels van de bedrijfswagen. Werknemer had, toen J.E. Bouw hem sommeerde de sleutels van de wagen in te leveren, (nog) geen verplichting dit te doen. Verder was er ook geen noodzaak tot vervanging van de sleutels van het bedrijfspand.
Boete voor rekening van werkgever
Aan J.E. Bouw is met een strafbeschikking een verkeersboete opgelegd. Het ging er daarbij om dat J.E. Bouw op 1 september 2020 met een vrachtauto, bestuurd door werknemer, eigen vervoer heeft verricht terwijl de bestuurder niet in het bezit is van een geldig rijbewijs voor dat vervoer. De kantonrechter is van oordeel dat J.E. Bouw de boete niet op werknemer kan verhalen. De boete is immers opgelegd op grond van de Wet wegvervoer goederen aan J.E. Bouw zelf als vervoerder. Die overtreding is dus begaan door J.E. Bouw en niet door werknemer. Daarbij komt dat het in de eerste plaats aan J.E. Bouw als werkgever is om na te gaan of haar werknemers over een geldig rijbewijs beschikken ten aanzien van het vervoer dat zij laat verrichten.
Beslag niet onrechtmatig
J.E. Bouw stelt ten onrechte dat zij de gehele vordering waartoe zij was veroordeeld al had betaald ten tijde van het leggen van het beslag door werknemer. Werknemer had op dat moment in ieder geval nog aanspraak op een bedrag van € 1.621,72 netto. Werknemer had dus de bevoegdheid om beslag te leggen. De vorderingen van J.E. Bouw worden afgewezen.