Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/verweerders
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 9 juni 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:5071
Deelgeschil met betrekking tot werkgeversaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid. Nader onderzoek nodig voor de toedracht van het ongeval en naar de feitelijke omstandigheden voorafgaand aan het ongeval. Bestuurdersaansprakelijkheid niet geschikt voor deelgeschil.

Feiten

Werknemer was ingezet als chauffeur om personenauto’s tussen de luchthaven en een zogenoemde bufferlocatie – een groot parkeerterrein – te rijden. Op 16 oktober 2015 rond 00.30 uur is werknemer een zwaar verkeersongeval overkomen op de luchthaven. Bij het ongeval heeft werknemer ernstig hersenletsel opgelopen, met blijvende gevolgen. Werknemer was toen 19 jaar oud en op het moment van het ongeval was nog geen arbeidsovereenkomst opgesteld. Werknemer heeft  drie partijen (hierna: verweerders) aansprakelijk gesteld, waaronder de onderneming die zich toelegde op het wegbrengen en ophalen van auto’s als werkgever. Deze onderneming was niet verzekerd. Tussen de belangenbehartiger van werknemer en de bestuurder (hierna: verweerder), die indirect enig aandeelhouder was van de onderneming, is veelvuldig gecorrespondeerd over de aansprakelijkheid. De bestuurder heeft via een intentieverklaring  de bereidheid uitgesproken om de schade uit het ongeval correct te regelen en heeft in totaal een bedrag van € 3.000 betaalbaar gesteld. In de tussentijd heeft de onderneming haar assurantietussenpersoon aansprakelijk gesteld wegens het onzorgvuldig adviseren over het afsluiten van een verzekering om schade af te dekken die in het verkeer ontstaat als gevolg van gedragingen van haar werknemers. Werknemer verzoekt de kantonrechter, na aanvulling van zijn verzoek, om bij beschikking (1) voor recht te verklaren dat verweerders aansprakelijk zijn voor de door werknemer geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade ten gevolge van het hem overkomen ongeval op 16 oktober 2015 en hem een voorschot van € 50.000 op deze schade toe te wijzen, en (2) verweerders te veroordelen tot betaling van de door werknemer gemaakte kosten ter zake van de procedure. Uitgangspunt daarbij: de relatie tussen werknemer en de verweerders dient te worden gekwalificeerd als arbeidsovereenkomst, waarbij er sprake is van een grove schending van de zorgplicht die de werkgever heeft. De bestuurder wordt uit hoofde van de bestuurdersaansprakelijkheid aangesproken. Tijdens de mondelinge behandeling op 12 mei 2022 is besproken dat de huidige bestuurder van de twee vennootschappen daags voor de mondelinge behandeling een eigen aangifte tot faillietverklaring van deze vennootschappen heeft ingediend. Op 11 mei 2022 zijn de vennootschappen door de rechtbank Noord-Holland in staat van faillissement verklaard. Mr. Belle is tot curator benoemd.

Oordeel

De bestuurder is van mening dat de kantonrechter onbevoegd is omdat de grondslag van het verzoek is gebaseerd op de bestuurdersaansprakelijkheid. De kantonrechter acht zich bevoegd omdat het verzoek jegens de bestuurder primair is gegrond op werkgeversaansprakelijkheid op de voet van artikel 7:658 lid 1 en 4 BW. Een verzoek dat is gebaseerd op artikel 7:658 BW behoort tot de bevoegdheid van de kantonrechter. Voor zover het verzoek subsidiair is gegrond op bestuurdersaansprakelijkheid hoort het niet bij de kantonrechter thuis. De kantonrechter oordeelt dat gezamenlijke behandeling van de verschillende grondslagen van het verzoek van werknemer gewenst is vanuit het oogpunt van proceseconomie en om tegenstrijdige uitspraken te voorkomen. De kantonrechter acht deze complexe aansprakelijkheidszaak niet geschikt voor een deelgeschil. Er is nader onderzoek nodig naar de toedracht van het ongeval en naar de feitelijke omstandigheden voorafgaand aan het ongeval. De vraag of de bestuurder als werkgever van werknemer is te beschouwen en uit dien hoofde aansprakelijk is voor de ongevalsgevolgen kan bij de huidige stand van zaken niet worden beantwoord. De kantonrechter wijst in deze beschikking de verzoeken van werknemer jegens de bestuurder daarom af. Wat betreft de verzoeken van werknemer jegens de twee vennootschappen is de procedure geschorst, omdat deze vennootschappen gedurende de procedure failliet zijn verklaard.