Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Gouda), 25 november 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:16077
Feiten
Aspatec Holland B.V. (hierna: Aspatec) heeft werknemer bij brief van 26 juli 2021 op staande voet ontslagen. Als redenen heeft Aspatec aangevoerd dat werknemer lange tijd ongeoorloofd afwezig was en ook niet bereikbaar was. Werknemer heeft de kantonrechter verzocht de loonvordering, een gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding en billijke vergoeding toe te kennen.
Oordeel
De kantonrechter is van oordeel dat in de gegeven omstandigheden de aangevoerde redenen op zichzelf genomen dan wel in onderlinge samenhang bezien niet als dringende reden kunnen worden aangemerkt. Daarbij heeft de kantonrechter in aanmerking genomen dat hij er niet van overtuigd is dat ten tijde van het gegeven ontslag overleg tussen partijen en/of hun gemachtigden om tot een gezamenlijke oplossing van de situatie te komen, niet meer tot de mogelijkheden behoorde. Daarbij heeft het de kantonrechter verbaasd dat voorafgaand aan het ontslag Aspatec ineens rechtstreeks (dat wil zeggen zonder tussenkomst van de gemachtigden) brieven aan werknemer stuurde om met Aspatec in gesprek te gaan. Daarnaast had Aspactec bij brief van 21 juli 2021 aangekondigd een ontslagprocedure te beginnen. In dat licht bezien is het merkwaardig dat voornoemde brief gevolgd wordt door het 26 juli 2021 gedateerde ontslag op staande voet. Het ontslag op staande voet is dan ook niet onverwijld gegeven. Ook is niet gebleken van enige belangenafweging. De kantonrechter komt tot de conclusie dat het ontslag op staande voet onterecht is gegeven. Werknemer berust in het ontslag op staande voet. Aspatec dient tot 26 juli 2021 het verschuldigde loon alsnog aan werknemer uit te betalen vermeerderd met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging. Bovendien maakt werknemer aanspraak op de gefixeerde schadevergoeding en transitievergoeding. Aspatec heeft ernstig verwijtbaar gehandeld door werknemer onterecht op staande voet te ontslaan. Dit rechtvaardigt de toekenning van een billijke vergoeding. In het licht van alle omstandigheden, waaronder de lengte van het dienstverband, de vraag of werknemer ander werk heeft gevonden en de gefixeerde schadevergoeding en transitievergoeding, kent de kantonrechter een billijke vergoeding ter hoogte van € 2.500 aan werknemer toe.