Naar boven ↑

Rechtspraak

eiseres/gedaagde
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 17 juni 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:4934
Stage-overeenkomst kwalificeert niet als arbeidsovereenkomst. Zowel uit de bedoeling van partijen als uit de feitelijke invulling van de werkzaamheden volgt dat deze hoofdzakelijk waren gericht op het opdoen van kennis en ervaring.

Feiten

Eiseres is per 1 februari 2020 gestart met de BBL-opleiding verzorgende IG aan het Albeda College in Rotterdam (hierna: het Albeda). Zij is met het Albeda en gedaagde een praktijkovereenkomst (beroepspraktijkvorming) overeengekomen. In artikel 4.1 van de algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de praktijkovereenkomst is bepaald dat de activiteiten die door de student in het kader van de praktijkovereenkomst worden uitgevoerd een leerfunctie hebben. Eiseres heeft van 1 februari 2020 tot en met 20 november 2020, gedurende 24 uur per week, werkzaamheden verricht bij gedaagde, waarvoor zij maandelijks een bedrag van € 600 netto van gedaagde ontving. Op 15 juni 2020 is er een document opgesteld tussen eiseres en gedaagde, waaruit kan worden afgeleid dat partijen een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zijn aangegaan. Op 20 november 2020 heeft eiseres zich ziek gemeld als gevolg van een ongeval. Eiseres verzoekt een verklaring voor recht dat zij vanaf 1 februari 2020 op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst van gedaagde is getreden en vordert vanaf die datum loon. Gedaagde stelt zich op het standpunt dat de stageovereenkomst niet kwalificeert als arbeidsovereenkomst. De werkzaamheden die eiseres verrichtte, waren primair gericht op het vergroten van haar eigen kennis en het opdoen van werkervaring.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit vaste rechtspraak volgt dat een stageovereenkomst niet kwalificeert als arbeidsovereenkomst als de werkzaamheden van de stagiair naar de bedoeling van partijen primair zijn gericht op het uitbreiden van de kennis en ervaring van de stagiair, mede met het oog op de voltooiing van de opleiding. Als het primaire doel van de werkzaamheden verschuift naar een actieve bijdrage aan de verwezenlijking van het doel van de onderneming kan pas sprake zijn van een arbeidsovereenkomst (ECLI:NL:HR:1982:AC0442, (Hesseling/Ombudsman) en ECLI:NL:HR:2015:3019 (Logidex)). De kantonrechter overweegt met inachtneming van dit kader dat als uitgangspunt geldt dat partijen zijn overeengekomen dat de werkzaamheden van eiseres een leerfunctie hebben en primair zijn gericht op het opdoen van kennis en ervaring, in het kader van de afronding van haar opleiding. Dit volgt namelijk expliciet uit artikel 4.1 van de toepasselijke voorwaarden. Bovendien is in de praktijkovereenkomst bepaald dat deze is aangegaan in het kader van en voor de duur van de opleiding en is daarin aan eiseres een praktijkbegeleider toegewezen. Het document van 15 juni 2020 leidt niet tot een ander oordeel, omdat niet valt in te zien hoe dit document kan dienen als onderbouwing van het standpunt van eiseres. In dit document wordt namelijk verwezen naar een arbeidsovereenkomst die is ingegaan op 19 november 2019 en die eindigt op 18 juni 2020. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling beiden gesteld dat deze arbeidsovereenkomst niet bestaat. Naar het oordeel van de kantonrechter is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst tussen partijen en daarom worden de gevorderde verklaring voor recht en de daarop gebaseerde vorderingen afgewezen.