Naar boven ↑

Rechtspraak

De Staat der Nederlanden/Werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 28 juni 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:5283
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding. Binnen de organisatie is geen passende functie voor werkneemster beschikbaar.

Feiten 

Werkneemster is per 1 maart 1992 aangesteld als ambtenaar bij de rechtbank Den Haag. In 2018 hebben zich incidenten voorgedaan waarna aan werkneemster een voorwaardelijk strafontslag is opgelegd. In september 2018 heeft werkneemster zich ziekgemeld. De ziekmelding is 24 februari 2020 geëindigd. In 2020 werd de leidinggevende van werkneemster ingezet om meer aandacht te besteden aan het functioneren van het team Bijstand, het team waarbinnen werkneemster werkzaam is. Per 15 december 2020 heeft werkneemster zich ziekgemeld. De bedrijfsarts heeft vervolgens geoordeeld dat door werkneemster werkgerelateerde spanningen worden ervaren, waarop de bedrijfsarts mediation heeft geadviseerd. In januari 2021 zijn partijen met het mediationtraject begonnen. Als resultaat van de mediation hebben partijen op 17 augustus 2021 de gemaakte afspraken schriftelijk vastgelegd. Op 25 augustus 2021 heeft werkneemster een brief van Justiievakbond Juvox aan haar leiddinggevende overhandigd met daarin de mededeling dat zij niet kan instemmen met de wijze waarop haar re-integratie wordt vormgegeven. De gemachtigde van werkneemster heeft op 1 november 2021 een brief aan haar leidinggevende gestuurd inzake de wijze van haar re-integratie en de mededeling dat werkneemster openstaat voor een andere functie binnen de rechtbank. Op 9 november 2021 is werkneemster bij de bedrijfsarts op bezoek geweest. De bedrijfsarts heeft geoordeeld dat de arbeidsongeschiktheid per 1 december 2021 kan worden afgesloten.  De rechtbank Den Haag heeft op 12 november 2021 uitgebreid gereageerd op de brief van de gemachtigde van werkneemster. De rechtbank Den Haag heeft werkneemster per 1 december 2021 hersteld gemeld. De leidinggevende en werkneemster hebben op 16 december 2021 via MS Teams een gesprek met elkaar gevoerd over een mogelijk duurzame oplossing om het dienstverband te kunnen voortzetten. Na dit gesprek heeft de rechtbank Den Haag geconcludeerd dat er sprake is van een ernstige en onoplosbare verstoring in de arbeidsverhouding die voortzetting daarvan in de weg staat. Dit heeft zij in een uitgebreide brief van 22 december 2021 aan de gemachtigde van werkneemster bevestigd. De Staat verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werkneemster wegens een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond).  

Oordeel 

De kantonrechter constateert dat partijen elkaar over en weer verwijten maken en erkennen dat er sprake is van een verstoring van de arbeidsverhouding tussen werkneemster en haar direct leidinggevende. Deze verstoring is een lange tijd aan de gang en duidelijk is geworden dat het in 2021 gevolgde mediationtraject niet tot een werkzame oplossing heeft geleid.  De kantonrechter acht voldoende aannemelijk dat werkneemster en haar leidinggevende niet meer met elkaar door één deur kunnen en er is geen aanleiding om aan te nemen dat dit in de toekomst gaat veranderen. Hiermee is naar het oordeel van de kantonrechter sprake van een zodanige verstoring van de arbeidsverhouding dat instandhouding van de arbeidsovereenkomst niet gevergd hoeft te worden. Werkneemster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij herplaatst kon worden binnen de organisatie. De Staat heeft Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk ingeschakeld voor een herplaatsingsonderzoek. Volgens de Staat heeft dit onderzoek maar één passende functie opgeleverd, waarin werkneemster kennelijk niet herplaatst kon worden. Werkneemster heeft dit niet betwist. De kantonrechter begrijpt uit de verklaringen van werkneemster ter zitting dat zij getracht heeft herplaatst te worden binnen de rechtbank Den Haag alsmede het Openbaar Ministerie, maar dat zij voor de betreffende functies werd afgewezen én dat zij op één specifieke vacature niet heeft gereageerd, terwijl dat wel een passende functie betrof. Verder heeft zij geen concrete functies genoemd waarin zij herplaatst had kunnen worden of binnenkort geplaatst zal kunnen worden. Uit een en ander leidt de kantonrechter af dat er geen herplaatsingsmogelijkheden voor werkneemster zijn binnen de Staat. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden onder toekenning van de transitievergoeding. Werkneemster heeft geen recht op een billijke vergoeding. Hoewel het handelen van de Staat geen schoonheidsprijs verdient, kan dit gedrag niet worden gekwalificeerd als ernstig verwijtbaar handelen.