Naar boven ↑

Rechtspraak

Rechtbank Amsterdam, 12 juli 2022
Uitleg Cao Particuliere Beveiliging voor Schipholmedewerkers. De overeengekomen verkorting van de arbeidsduur is geen verlaging van de contractuele arbeidsduur, waardoor sprake zou zijn van een evenredige verhoging van het uurloon.

Feiten

Op 28 augustus 2018 hebben sociale partners in de beveiliging het zogenoemde Schipholakkoord gesloten. Daarin zijn onder meer afspraken gemaakt over de verlaging van de arbeidsduur van de beveiligers, werkzaam voor het contract met de luchthaven Schiphol in het kader van de Beveiliging Burgerluchtvaart (hierna: Schipholmedewerkers). In artikel 98 van de Cao Particuliere Beveiliging (hierna: de cao) is deze afspraak vervolgens opgenomen. Op 18 september zijn ook afspraken gemaakt over de verkorting van de arbeidsduur voor de gehele branche. Deze afspraken zijn opgenomen in Hoofdstuk 17 van de cao. De werkgevers in deze procedure zijn allemaal gebonden aan deze cao. Kern van het geschil is de vraag hoe in de praktijk uitvoering moet worden gegeven aan de afspraak om de arbeidsduur te verkorten voor de Schipholmedewerkers. FNV stelt zich op het standpunt dat het contractueel afgesproken aantal uren naar beneden moet worden bijgesteld, hetgeen in de praktijk leidt tot een verhoging van het basisuurloon. Werkgevers zijn van mening dat zij op correcte wijze uitvoering geven aan het Schipholakkoord door vrije uren (zogenoemde Schipholuren) toe te kennen, waardoor het contractueel afgesproken aantal uren en het basisuurloon gelijk blijven.

Oordeel

Bij de beoordeling van dit geschil dient artikel 98 cao te worden uitgelegd conform de cao-norm. De cao biedt volgens de kantonrechter geen aanknopingspunten voor het standpunt van FNV dat de verlaging van het aantal contractuele uren moet gebeuren met behoud van loon. Niet in geschil is dat voor de gehele branche afspraken zijn gemaakt over de verkorting van de arbeidsduur, die vanaf 1 januari 2023 gaan gelden. Deze afspraak is eveneens in de cao opgenomen en wel in Hoofdstuk 17, Protocol IV. De tekst van die bepaling vermeldt dat de arbeidstijd, met behoud van het op dat moment geldende salaris op basis van 152 uur, wordt teruggebracht naar 144 uur per loonperiode. De toevoeging dat de korting gebeurt met behoud van loon ontbreekt echter in de afspraak voor Schipholmedewerkers in artikel 98 cao. Daarbij komt dat de cao in Bijlage 4 de toepasselijke salarisschalen bevat. Als FNV wordt gevolgd in haar stelling betekent dat in de systematiek van de cao dat de in Bijlage 4 voor 2021 en 2022 opgenomen salarisbedragen voor Schipholmedewerkers niet onverkort gelden, maar slechts naar verhouding van hun verkorte arbeidsduur. Daarmee zou hun basissalaris dus lager uitvallen. Daar waar de afspraak voor de gehele branche uitdrukkelijk voorziet in een verkorting van de arbeidsduur met behoud van loon, is dat bij de afspraak voor de Schipholmedewerkers juist niet het geval. Beide regelingen zijn opgenomen in dezelfde cao. De bewoordingen van de cao laten daarmee naar het oordeel van de kantonrechter naar objectieve maatstaven geen ruimte voor de uitleg van artikel 98 cao die FNV aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd, te weten verlaging van de contractuele uren van de Schipholmedewerkers met behoud van loon.

  • Instantie: Rechtbank Amsterdam
  • Datum uitspraak: 12-07-2022
  • Zaaknummer: 9446454 CV EXPL 21-13521
  • Nummer: AR-2022-0928
  • Onderwerpen: Uitleg
  • Trefwoorden: cao-norm, arbeidsduur, beveiliging en Schiphol