Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 12 juli 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:9104
Feiten
Werknemer is in het verleden ondernemer geweest. Hij heeft zijn ondernemingen ondergebracht in de werkmaatschappijen Mammoet Schoonmaak Service B.V. en Mammoet Product Service B.V. De aandelen van deze werkmaatschappijen werden gehouden in Mammoet Holding B.V. Op een gegeven moment zijn de klanten van de werkmaatschappijen overgezet naar AA Multiservice B.V. (hierna: AA Multiservice). Werknemer is per 1 juli 2016 werkzaamheden gaan verrichten voor AA Multiservice tegen een maandelijkse vergoeding van € 3.500 netto. Op 16 augustus 2018 heeft werknemer zich ziekgemeld bij AA Multiservice. Per 1 april 2019 heeft hij werkzaamheden verricht voor de gemeente Westland. Blue Producten B.V. (hierna: Blue) heeft in mei 2019 de voorraden en het klantenbestand van AA Multiservice overgenomen tegen betaling van een bedrag van € 144.109. Bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank Den Haag van 16 september 2021 (hierna: het vonnis) heeft de kantonrechter geoordeeld dat tussen werknemer en AA Multiservice sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Daarnaast is AA Multiservice veroordeeld tot betaling van het salaris aan werknemer tot en met april 2019, vermeerderd met de vakantietoeslag en de wettelijke verhoging van 50%. Werknemer heeft het vonnis op 14 oktober 2021 betekend aan AA Multiservice. AA Multiservice heeft geen uitvoering gegeven aan het vonnis en op 28 december 2021 is AA Multiservice op eigen verzoek failliet verklaard. Werknemer stelt dat er in mei 2019 sprake was van een overgang van onderneming, waardoor hij in dienst is getreden van Blue. Werknemer verzoekt de arbeidsovereenkomst met Blue te ontbinden en verzoekt daarnaast de toekenning van een billijke vergoeding, een transitievergoeding en betaling van achterstallig salaris. Blue stelt zich primair op het standpunt dat werknemer niet bij Blue in dienst is getreden.
Oordeel
Overgang van onderneming en ontbinding arbeidsovereenkomst
Naar het oordeel van de kantonrechter staat vast dat Blue de voorraden en het klantenbestand van AA Multiservice heeft overgenomen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Blue erkend dat er naast de overgedragen activiteiten geen andere activiteiten binnen AA Multiservice werden uitgevoerd. Hieruit concludeert de kantonrechter dat de hele onderneming van AA Multiservice is overgegaan naar Blue. Het verweer van Blue, onder verwijzing naar het Memedovic-arrest, dat werknemer ten tijde van de overname geen onderdeel meer uitmaakte van de economische eenheid van de groep van werknemers, treft geen doel. Dat arrest ziet op de specifieke situatie als slechts een onderdeel van een onderneming wordt overgedragen en niet, zoals hier zojuist vastgesteld, de hele onderneming wordt overgedragen. Dan blijft artikel 7:663 BW onverkort van toepassing en is werknemer mee overgegaan naar Blue. Als gevolg van de overgang van onderneming kan het verzoek tot ontbinding van die arbeidsovereenkomst, dat niet is bestreden door Blue, worden toegewezen. De arbeidsovereenkomst wordt per 13 juli 2022 ontbonden.
Transitievergoeding en billijke vergoeding
Vooropgesteld moet worden dat op grond van artikel 7:763 lid 1 sub 2 onder b BW de werkgever de transitievergoeding slechts verschuldigd is aan de werknemer als de arbeidsovereenkomst als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever op verzoek van de werknemer wordt ontbonden. De vraag die beantwoord moet worden is of Blue, al dan niet via AA Multiservice, ernstig verwijtbaar heeft gehandeld jegens werknemer. In mei 2019 is de onderneming van AA Multiservice overgegaan naar Blue. Blue had op dat moment in ieder geval via de middellijk bestuurder op de hoogte kunnen en moeten zijn van die loonvordering. AA Multiservice noch Blue, als opvolgend werkgever, heeft werknemer zijn salaris uitgekeerd. Een van de hoofdverplichtingen van de werkgever is het tijdig betalen van salaris aan de werknemer. Ondanks meerdere verzoeken van werknemer aan AA Multiservice en later aan Blue, zijn zij daartoe niet overgegaan. De kantonrechter is van oordeel dat Blue ernstig verwijtbaar heeft gehandeld jegens werknemer, wat ertoe leidt dat, hoewel het verzoek tot ontbinding op initiatief van de werknemer is, Blue de transitievergoeding verschuldigd is. Tevens is Blue een billijke vergoeding verschuldigd. Anders dan Blue heeft verzocht, bestaat er naar het oordeel van de kantonrechter in dit geval geen aanleiding om de transitievergoeding in mindering te laten strekken op de billijke vergoeding. Die ziet namelijk op de gevolgen van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst en de billijke vergoeding is hier bedoeld als compensatie voor het ernstig verwijtbaar handelen van Blue dat heeft geleid tot de ontbinding.