Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 11 oktober 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:8525
Feiten
Werknemer is sinds 17 juli 2000 in dienst bij Securitas Beveiliging B.V. (hierna: Securitas), een particuliere beveiligingsorganisatie. Op de arbeidsovereenkomst is de Cao Particuliere beveiliging (hierna: de cao) van toepassing, waarin is bepaald dat een werkgever een werknemer alleen in dienst mag nemen en houden zolang de werknemer toestemming heeft gekregen van de overheid om als beveiliger te werken door middel van verkrijging van een grijze pas. Deze grijze pas wordt verstrekt door een korpschef. Werknemer heeft de grijze pas ontvangen voor het verrichten van werkzaamheden voor Securitas. Werknemer heeft vanaf het begin van zijn dienstverband gewerkt als beveiliger op de ECT Terminal Maasvlakte (hierna: ECT-terrein). Op 30 juni 2020 is werknemer op zijn werkplek door de politie aangehouden wegens verdenking van het plegen van strafbare feiten in de haven, die gerelateerd zijn aan illegale drugshandel en/of drugssmokkel. Securitas heeft op 8 juli aan werknemer te kennen gegeven dat Securitas de betaling van het loon staakt omdat werknemer sinds 30 juni 2020 in detentie zit en daardoor geen werkzaamheden meer kan verrichten. Op 7 augustus 2020 heeft de korpschef de aan werknemer verleende toestemming om beveiligingswerkzaamheden te verrichten per direct ingetrokken. Bij brief van 13 augustus 2020 heeft Securitas aan werknemer te kennen gegeven dat het intrekken van de toestemming om beveiligingswerkzaamheden te verrichten maakt dat het werken voor Securitas onmogelijk is geworden. Securitas verzoekt onder meer de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden op de h-grond.
Oordeel
Werknemer heeft geen verweer gevoerd tegen de ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de h-grond. In de memorie van toelichting wordt detentie van de werknemer als voorbeeld genoemd van de h-grond. Omdat werknemer langdurig in detentie zit, is er aldus sprake van een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst zodat de ontbinding op die grond kan worden uitgesproken. De vraag of werknemer in een andere functie kan worden herplaatst is naar het oordeel van de kantonrechter niet aan de orde. Werknemer beschikt immers niet meer over de vereiste toestemming van de korpschef voor het uitvoeren van (beveiligings)werkzaamheden voor Securitas en zit bovendien momenteel een gevangenisstraf uit van zeven jaar. Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zal worden toegewezen. Voor wat betreft de ontbindingsdatum kan de arbeidsovereenkomst vanwege het ernstig verwijtbaar handelen van werknemer eerder worden ontbonden. Werknemer is immers voor strafbare feiten veroordeeld die hij heeft gepleegd tijdens het uitvoeren van zijn werkzaamheden voor Securitas. Nu werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, is de werkgever geen transitievergoeding verschuldigd. Tot slot heeft werknemer betoogd dat als een werkgever een werknemer schorst of op non-actief stelt de werknemer aanspraak houdt op salaris. Nadat werknemer is aangehouden door de politie heeft de korpschef echter zijn toestemming aan werknemer ingetrokken om werkzaamheden voor Securitas te verrichten. Werknemer heeft tegen deze intrekking geen bezwaar gemaakt. Securitas mocht werknemer niet meer aan het werk zetten omdat hij niet langer over de grijze pas beschikte. Dit betekent dat werknemer niet meer voor Securitas heeft kunnen werken om redenen die voor zijn rekening komen, namelijk het plegen van strafbare feiten onder diensttijd. De vordering van werknemer om Securitas te veroordelen tot doorbetaling van het loon wordt daarom afgewezen.