Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 6 september 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:8757
Loonvordering achterstallig salaris met wettelijke verhoging en wettelijke rente. Werkgever wordt veroordeeld tot afgifte salarisspecificatie.

Feiten

Werknemer is op 10 november 2016 in dienst getreden bij werkgever als barkeeper, tegen een loon van € 1.950 bruto per maand. In de arbeidsovereenkomst staat opgenomen dat het loon in de laatste week van de maand wordt betaald en dat op de arbeidsovereenkomst de Cao voor horeca- en aanverwante bedrijf van toepassing is (hierna: de cao). In de cao staat opgenomen dat een werknemer tijdens ziekte gedurende ten hoogste 104 weken 70% krijgt van het voor hem geldende wettelijk minimum(jeugd)loon. Daarbovenop ontvangt de werknemer onder voorwaarden een aanvulling tot 95% van het maandloon gedurende de eerste 52 weken. Op 15 september 2021 heeft werknemer zich ziekgemeld. In de periode van 6 november 2021 tot en met 4 juli 2022 hebben de gemachtigden van werknemer en werkgever  gecorrespondeerd over onder meer (niet tijdige) betaling van loon. Op 4 augustus 2022 is tussen partijen een vonnis in kort geding gewezen, waarbij werkgever onder meer is veroordeeld tot betaling van loon over de maanden juli en augustus 2021. Werknemer eist bij vonnis werkgever te veroordelen tot onder meer betaling aan werknemer van het achterstallige overeengekomen salaris over juli 2022 onder overlegging van een deugdelijke specificatie, te vermeerderen met wettelijke verhoging en de wettelijke rente.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft werknemer onbetwist gesteld dat werkgever het loon over de maand juli 2022 pas op 30 augustus 2022 aan werknemer heeft uitbetaald. Dit betekent dat het gevorderde achterstallig salaris over de maand juli 2022 wordt afgewezen. Ten aanzien van de gevorderde wettelijke verhoging en wettelijke rente wordt het volgende overwogen. Op grond van de arbeidsovereenkomst dient het loon in de laatste week van de maand aan werknemer betaald te worden. Dit betekent dat werknemer bij het uitblijven van betaling van zijn loon ingevolge het bepaalde in artikel 7:625 BW vanaf de vierde werkdag na afloop van de maand waarin het loon betaald had moeten worden, recht heeft op de wettelijke verhoging. Vast staat dat het loon over de maand juli 2022 op 30 augustus 2022 door werkgever is betaald. Rekening houdend met vier werkdagen vanaf 1 augustus 2022 is de wettelijke verhoging verschuldigd vanaf 4 augustus 2022 tot en met 29 augustus 2022 zodat sprake is van een vertraging van achttien werkdagen. De gevorderde wettelijke verhoging over het loon van de maand juli 2022 is daarom toewijsbaar voor een bedrag van € 703,95 bruto. Verder is werkgever wettelijke rente verschuldigd over de periode van 1 tot en met 29 augustus 2022, te weten een bedrag van € 2,94. Verder is een werkgever op grond van artikel 7:626 BW gehouden een werknemer een schriftelijke specificatie van het uitbetaalde loon te verstrekken. Nu werknemer niet heeft gesteld dat werkgever een dergelijke specificatie aan werknemer heeft doen toekomen, zal de vordering tot veroordeling van werkgever tot afgifte van een deugdelijke salarisspecificatie worden toegewezen. Gelet op het feit dat werknemer onbetwist heeft gesteld dat het loon over de maanden oktober 2021 tot en met juli 2022 niet tijdig betaald is, ziet de kantonrechter aanleiding werkgever te veroordelen tot tijdige en maandelijkse betaling van het loon over de maand augustus 2022 totdat het dienstverband rechtsgeldig zal zijn geëindigd. Tot slot wordt ook de vordering tot afgifte van de salarisspecificatie vanaf augustus 2022 totdat het dienstverband rechtsgeldig is geëindigd, toegewezen.