Naar boven ↑

Rechtspraak

SBC Solutions B.V./Borg Projecten Detachering B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 25 oktober 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:9118
Eerste uitlener is aansprakelijk voor schade van een via een doorlener ter beschikking gestelde werknemer, die bij de inlener onder meer laptops heeft gestolen.

Feiten

SBC Solutions B.V. en Borg Projecten Detachering B.V. (hierna: SBC en Borg) hebben sinds juli 2018 een raamovereenkomst (hierna: de overeenkomst), op grond waarvan Borg tegen betaling arbeidskrachten ter beschikking stelt aan SBC. SBC heeft met De Opbouw een raamovereenkomst gesloten met dezelfde bepalingen als opgenomen in de overeenkomst tussen Borg en SBC. Borg heeft X als deskundige vanaf augustus 2018 aan SBC uitgeleend, die SBC op haar beurt aan De Opbouw heeft uitgeleend. X heeft zich tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden bij De Opbouw schuldig gemaakt aan diefstal van onder andere laptops van De Opbouw. De Opbouw heeft SBC aansprakelijk gehouden voor de schade. Borg heeft bij de rechtbank gevorderd om SBC te veroordelen haar € 79.566,84 te betalen voor onbetaalde facturen, met wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. SBC heeft zich daartegen in de procedure bij de rechtbank verweerd, een beroep gedaan op verrekening van een bedrag van € 78.114 als vergoeding van de schade veroorzaakt door de diefstal van X en voorwaardelijk een tegenvordering ingesteld voor dat bedrag. De rechtbank heeft het beroep van SBC op verrekening en de tegenvordering afgewezen, en de vordering van Borg toegewezen. SBC komt in hoger beroep op tegen het oordeel van de rechtbank dat Borg niet aansprakelijk is voor de door X veroorzaakte schade en tegen het oordeel dat haar schade onvoldoende onderbouwd is.

Oordeel

Uitleg overeenkomst

Het hof oordeelt dat artikel 9 van de overeenkomst (Aansprakelijkheid) zo uitgelegd moet worden dat Borg daarmee de verbintenis op zich heeft genomen om de schade die het gevolg is van de diefstallen door X te vergoeden. De tekst van de bepaling wijst op de bedoeling om Borg jegens SBC aansprakelijk te stellen voor de gevolgen van zowel een gebrek aan inhoudelijke kwaliteit, als van een gebrekkige uitvoering van de opdracht. Dat blijkt uit het gebruik van het woord “onzorgvuldigheid” in artikel 9 lid 2 van de overeenkomst. SBC mocht er op grond daarvan van uitgaan dat de ingehuurde persoon zich zou gedragen naar maatstaven van zorgvuldigheid die te verwachten zijn van een deskundige. Naar het oordeel van het hof omvat deze maatstaf ook de norm dat verwacht mag worden dat een deskundige het materiaal waar hij toegang toe heeft niet zal stelen. Borg heeft nog betoogd dat de bedoeling van partijen was dat dit artikel niet gold voor opzettelijk handelen. De Opbouw – en dus ook SBC – zouden voor opzettelijk handelen namelijk verhaal kunnen nemen op X, terwijl dat voor onzorgvuldigheid niet geldt. Het hof oordeelt anders. De door Borg voorgestane uitleg veronderstelt dat in gevallen van diefstal de cliënt de uitlener moet betalen en haar schade zelf moet verhalen op de deskundige. Het hof oordeelt dat dat geen redelijke verwachting van de contractspartijen was, omdat niet valt in te zien dat een cliënt redelijkerwijs bereid zal zijn om de uren van een stelende uitzendkracht te betalen en zelf de tijd en moeite te besteden om de schade op de dief te verhalen. Dat past niet bij de hoedanigheid van een inlener die juist door in te lenen, weinig werkgeversrisico’s op zich wil nemen en daar ook voor betaalt. Het hof vindt daarvoor ook ondersteuning in lid 3 van artikel 9, waaruit blijkt dat bij het opstellen van het contract rekening is gehouden met de verwachting dat een cliënt SBC niet zal willen betalen. Of Borg daarbij op grond van artikel 6:170 BW aansprakelijk geweest zou zijn, is in dit geval irrelevant. SBC heeft de aansprakelijkheid op grond van artikel 9 lid 2 van de overeenkomst met De Opbouw doorgelegd naar Borg. SBC zelf is jegens De Opbouw ook niet aansprakelijk op grond van artikel 6:170 BW, maar op grond van de door haar met De Opbouw gesloten overeenkomst. Borg moet dus de schade van SBC die het gevolg is van de diefstallen door X vergoeden.

Omvang schade

Voor de omvang van de door SBC geleden schade is van belang in hoeverre SBC rechtens was gehouden de schade van De Opbouw te vergoeden. De door het hof aan artikel 9 lid 2 gegeven uitleg betekent in beginsel dat dezelfde bepaling in de overeenkomst tussen SBC en De Opbouw SBC verplicht om De Opbouw de schade te vergoeden die De Opbouw door de diefstal van X heeft geleden. In zoverre SBC die schade aan De Opbouw heeft vergoed, moet zij op grond van artikel 9 lid 2 door Borg worden vergoed. SBC vordert een bedrag van € 64.572,96 dat zij aan De Opbouw heeft vergoed. Dat bedrag is gebaseerd op een overzicht. Bij het opstellen van dit overzicht hebben SBC en De Opbouw, begrijpt het hof, de aantallen gestolen/verduisterde goederen genoemd in een verklaring van X als uitgangspunt genomen. Borg heeft echter zowel in de procedure bij de rechtbank als in hoger beroep betwist dat de opgenomen posten corresponderen met de door X in zijn verklaring genoemde gestolen/verduisterde goederen. Voor zover SBC ook stelt dat zij gehouden was zaken te vergoeden die niet in de verklaring van X genoemd zijn, gaat het hof daaraan voorbij, omdat SBC niet heeft onderbouwd waarom zij gehouden was deze schade aan De Opbouw te vergoeden, nu SBC zelf stelt dat de verklaring van X als uitgangspunt voor de schadeberekening tussen SBC en De Opbouw heeft gediend. Aangezien SBC jegens De Opbouw aansprakelijk was acht het hof het redelijk dat zij ook kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid aan De Opbouw heeft vergoed. Dat is in overeenstemming met haar plicht de schade van De Opbouw te vergoeden. Van Bureau Hoffman B.V. zijn facturen overgelegd en van de kosten van juridische bijstand is een overzicht overgelegd met verwijzing naar een factuurnummer. Dat SBC deze kosten niet hoefde te vergoeden of dat deze kosten onredelijk zijn geweest heeft Borg hiertegenover onvoldoende gemotiveerd. Het hof komt dan ook tot de conclusie dat SBC een bedrag € 43.575,54 op Borg mag verhalen.