Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Overijssel (Locatie Almelo), 22 november 2022
ECLI:NL:RBOVE:2022:3633
Werknemer hoeft de schade van de omgezaagde boom die op een schuur van werkgeefster terecht is gekomen niet te vergoeden omdat geen sprake is van bewuste roekeloosheid.

Feiten 

Werknemer was vanaf 1 oktober 2021 bij werkgeefster werkzaam in de functie van Bosbouwfunctionaris erven, bos en tuinen. In zijn functie was werknemer belast met de optimalisatie, visie en onderhoud van de erven, het bos en de tuinen. Bij het verrichten van werkzaamheden is op 28 oktober 2021 een door werknemer omgezaagde boom op een schuur van werkgeefster terechtgekomen, waardoor werkgeefster schade heeft geleden. Eind december 2021 heeft werknemer zijn arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 februari 2022. Werknemer vordert onder meer veroordeling van werkgeefster tot het betalen van het achterstallige brutosalaris over de maanden oktober 2021 tot en met januari 2022 en het vergoeden van een bedrag in verband met door werknemer gemaakte onkosten.  Volgens werknemer is het salaris niet door werkgeefster uitbetaald. Ook voert werknemer aan dat hij niet alle salarisstroken over oktober 2021 tot en met januari 2022 van werkgeefster heeft ontvangen en dat hij een adviesbureau heeft ingeschakeld om zijn totale (loon)vordering inzichtelijk te maken. Werkgeefster betwist de (loon)vorderingen en weerspreekt een aantal punten van de door het adviesbureau opgestelde salarisstroken. Daarnaast stelt werkgeefster dat zij een deel van het salaris mocht verrekenen met de schade die zij door de gebeurtenis op 28 oktober 2021 heeft geleden, nu werknemer bij het omzagen van de boom bewust roekeloos heeft gehandeld. Werkgeefster stelt dat zij het salaris telkens tijdig heeft voldaan en dat zij alle salarisstroken aan werknemer heeft toegestuurd. Werkgeefster vordert onder meer werknemer te veroordelen tot het betalen van een bedrag van € 8.492 aan schadevergoeding. 

Oordeel 

De kantonrechter oordeelt dat werknemer bij het omzagen van de boom niet bewust roekeloos heeft gehandeld. Daarbij neemt de kantonrechter in overweging dat de door werkgeefster gestelde werkwijze – dat werknemer op het erf de bomen die voor kap in aanmerking kwamen eerst moest markeren en die vervolgens pas na toestemming van werkgeefster mocht omzagen – niet aannemelijk is gemaakt, laat staan dat deze werkwijze gold om ongelukken en schadegevallen als deze te voorkomen én werkgeefster werknemer uitdrukkelijk op deze werkwijze heeft gewezen. Nadat de boomtop in een andere boom bleef hangen heeft werknemer een kwartier lang nagedacht over de mogelijkheden om de boom verder om te zagen en te bekijken wat de beste optie was. Werknemer heeft gewoon zijn werk gedaan en juist nagedacht over de manier waarop hij de situatie het beste kon aanpakken. Werknemer hoeft de schade niet te vergoeden en werkgeefster heeft ten onterecht een deel van de door haar geleden schade op het salaris van werknemer ingehouden. De kantonrechter oordeelt dat werknemer recht heeft op de bruto salarisbedragen, zoals vermeld op de door het adviesbureau opgestelde salarisstroken van oktober 2021 tot en met januari 2022. Een deel van dit salaris is reeds door werkgeefster aan werknemer betaald. Dit deel komt dan ook in mindering op de bedragen, zoals genoemd op de salarisstroken door het adviesbureau. Een onkostenvergoeding van € 70 wordt toegewezen voor de VOG-kosten, boodschappenkosten en brandstof- en oliekosten. De kantonrechter acht het niet redelijk om de kosten voor het opstellen van de loonstroken voor rekening van werkgeefster te laten komen en wijst deze vordering af. Werkgeefster wordt hoofdelijk in de proceskosten veroordeeld.