Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/de Bouwmeesters-West B.V.
Rechtbank Overijssel (Locatie Almelo), 29 november 2022
ECLI:NL:RBOVE:2022:3817
Vorderingen werknemer voor zijn reizen toegewezen. Berekening  van die vorderingen in overeenstemming met cao. Vordering niet-genoten vakantiedagen afgewezen, omdat partijen stilzwijgend hebben ingestemd dat werknemer toen vakantiedagen en roostervrije uren opnam. 

Feiten 

De Bouwmeesters West B.V. (hierna: Bouwmeesters) is een uitzendbureau dat personeel uitleent en detacheert, onder meer in de bouw. Werknemer is een ervaren timmerman en is bij Bouwmeesters in dienst geweest van 5 november 2018 tot 20 december 2020. Hij werd in de functie van timmerman I uitgeleend aan bouwbedrijven. Op de arbeidsovereenkomst was de cao NBBU van toepassing. Op grond van artikel 16 van deze cao moest Bouwmeesters de regeling voor reiskosten, reisuren en roostervrije dagen die gold bij de opdrachtgevers waar zij werknemer plaatste voor hem toepassen. Deze regeling was die van de cao Bouw & Infra. In 2020 heeft werknemer vooral gewerkt op verschillende projecten. Hij reed met de eigen auto naar het werk, zonder collega’s als passagier. Hij vulde wekelijks op een werkbriefje in waar hij werkte, hoeveel uur hij werkte en reisde en wat de reisafstand van zijn woning naar het bouwproject was. Werknemer stuurde het werkbriefje na ondertekening door zijn feitelijke leidinggevende op het bouwproject naar Bouwmeesters. In de eerste helft van 2020 heeft werknemer een aantal dagen niet gewerkt. Bouwmeester heeft die dagen aangemerkt als vakantiedagen en roostervrije uren en zij heeft dat zo verantwoord op de loonstroken. Werknemer vordert vergoedingen voor zijn reizen en niet-genoten vakantiedagen en/of roostervrije uren. 

Oordeel 

Partijen hebben zich beiden niet aan de cao gehouden. Werknemer vermeldde op de werkbriefjes niet het aantal kilometers volgens de snelste route, maar reed zoals zijn navigatiesysteem hem adviseerde en vulde daarna steeds hetzelfde aantal kilometers in. Bouwmeesters keek ook niet naar de snelste route, maar ging zonder meer af op wat werknemer invulde en hield geen rekening met de reistijdtabel van de cao. Inmiddels zijn partijen het erover eens dat zij volgens de cao moeten afrekenen. De kantonrechter stelt voorop dat nu niet meer vast te stellen is wat in 2020 de snelste route was tussen de woning van werknemer en de projecten waar hij werkte. Het risico van de onzekerheid over de snelste route legt de kantonrechter bij Bouwmeesters. De cao bepaalt immers dat de werkgever een administratie moet bijhouden van kilometers en vergoeding. Als de werkgever dat niet doet en de werknemer niet aanspreekt op onjuistheid van het aantal kilometers dat hij op het werkbriefje invult, moet worden uitgegaan van de juistheid van de opgave van de werknemer. Dat aantal kilometers moet vervolgens overeenkomstig het systeem van de cao worden omgezet in tijd en daarna in geld. Het door werknemer op grond van zijn correcte berekening gevorderde bedrag van € 1.518,30 bruto als reisurenvergoeding is toewijsbaar. Voor de reiskostenvergoeding geldt hetzelfde als voor de reisurenvergoeding. Ook bij deze berekening heeft werknemer het systeem van de cao gevolgd. Het gevorderde bedrag van € 1.653,68 netto als reiskostenvergoeding wordt toegewezen. In geschil is verder of werknemer over de dagen waarop hij niet heeft gewerkt aanspraak heeft op loon of dat hij toen vakantiedagen en roostervrije uren opnam. De kantonrechter vindt voldoende aannemelijk dat werknemer vakantiedagen en roostervrije uren heeft opgenomen. Bouwmeesters heeft die dagen en uren immers vermeld op de loonstroken. Werknemer heeft gezegd dat hij alert is op zijn rechtspositie en aanspraken. De kantonrechter twijfelt er daarom niet aan dat hij heeft opgemerkt dat Bouwmeesters ervan uitging dat hij vakantiedagen en roostervrije uren had opgenomen. Toch heeft werknemer daar geen bezwaar tegen gemaakt. Ook bij het einde van de arbeidsovereenkomst heeft hij niet gevraagd om loon voor de dagen dat hij niet heeft gewerkt of om betaling van vergoeding voor niet genoten vakantiedagen en roostervrije uren. Daarom gaat de kantonrechter ervan uit dat werknemer op zijn minst stilzwijgend heeft ingestemd met het opnemen van vakantiedagen en roostervrije uren. Zijn vorderingen voor vakantiedagen en roostervrije uren worden daarom afgewezen.