Naar boven ↑

Rechtspraak

Werkneemster/G4S Aviation Security B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 16 mei 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:5231
Ontslag op staande voet wegens het ten onrechte gebruikmaken van de status ‘ziek’ en het niet meewerken aan vaststelling arbeidsongeschiktheid is niet rechtsgeldig. Werkneemster heeft recht op financiële vergoedingen.

Werkneemster is op 30 april 2018 bij G4S Aviation Security B.V. (hierna: G4S) in dienst getreden en vervulde laatstelijk de functie van visiteur op de luchthaven Schiphol tegen een brutomaandsalaris van € 2.508,78. Op 13 mei 2021 heeft werkneemster zich ziekgemeld wegens depressieve klachten. Werkneemster heeft meermaals geweigerd de bedrijfsarts een medische machtiging te verstrekken, is meermaals niet verschenen op afspraken met G4S en/of de bedrijfsarts en heeft herhaaldelijk afspraken (op het laatste moment) afgezegd. G4S heeft op enig moment, na een schriftelijke waarschuwing, het loon opgeschort en later stopgezet. Werkneemster is daarna een aantal keer bij de bedrijfsarts verschenen. In het verslag d.d. 5 januari 2023 heeft de bedrijfsarts geschreven dat afgelopen periode sprake is geweest van arbeidsongeschiktheid, maar dat de situatie nu voldoende is gestabiliseerd om de re-integratieactiviteiten op te pakken. Op 11 januari 2023 heeft G4S overlegd met de bedrijfsarts naar aanleiding waarvan de bedrijfsarts een aanvullende rapportage heeft opgemaakt. Hieruit volgt dat sinds eind voorjaar/begin zomer 2022 geen sprake meer is geweest van arbeidsongeschiktheid op medische gronden en dat wordt geadviseerd werkhervatting te bespreken. G4S heeft naar aanleiding van deze rapportage werkneemster voorwaardelijk ontslag op staande voet verleend wegens het ten onrechte gebruikmaken van de status ‘ziek’ en het niet meewerken aan de vaststelling van arbeidsongeschiktheid. Omdat werkneemster niet heeft ingestemd met de beëindigingsovereenkomst, is het ontslag op staande voet bij brief van 27 januari 2023 bevestigd. Werkneemster verzoekt financiële vergoedingen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven omdat daaraan geen dringende reden ten grondslag ligt en overweegt daartoe als volgt. In haar rapportage d.d. 5 januari 2023 heeft de bedrijfsarts op basis van gesprekken met werkneemster en haar behandelaar geconcludeerd dat sprake is geweest van arbeidsongeschiktheid en werkneemster niet inzetbaar was. In de aanvullende rapportage d.d. 11 januari 2023 oordeelt de bedrijfsarts anders, maar uit de rapportage blijkt niet waarop de bedrijfsarts haar oordeel heeft gebaseerd. G4S heeft ter zitting verklaard dat de bedrijfsarts heeft medegedeeld dat beide oordelen zijn gebaseerd op dezelfde informatie en dat het laatste oordeel moet worden gezien als het eindoordeel. Naar het oordeel van de kantonrechter is onnavolgbaar hoe de bedrijfsarts op basis van dezelfde feiten tot twee oordelen komt die lijnrecht tegenover elkaar staan. Om die reden is niet vast komen te staan dat werkneemster vanaf eind voorjaar/begin zomer 2022 ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de status ‘ziek’. De omstandigheid dat de verzekeringsarts het oordeel van de bedrijfsarts heeft gevolgd, maakt dat niet anders. In verband met de tegenstrijdige oordelen had G4S hoor en wederhoor moeten toepassen. Indien werkneemster daar niet zou komen opdagen, had G4S wederom een loonmaatregel kunnen opleggen, nu deze in het verleden ook effectief was gebleken. Wat betreft het verwijt van G4S dat werkneemster niet heeft meegewerkt aan de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid, geldt dat een medewerker niet verplicht is een medische machtiging te verstrekken. Werkneemster heeft recht op een vergoeding wegens onregelmatige opzegging (acht weken loon), een transitievergoeding (€ 3.939,78 bruto) en een billijke vergoeding (€ 8.000 bruto). Bij de berekening van de hoogte van de billijke vergoeding is rekening gehouden met de fictieve resterende duur van de arbeidsovereenkomst waarbij twee scenario’s zijn uitgewerkt, hetgeen heeft geleid tot een fictieve resterende duur tussen de drie en zes maanden. De vergoeding wegens onregelmatige opzegging is in mindering gebracht, de transitievergoeding niet.