Rechtspraak
Feiten
X en Y zijn bekenden van elkaar. De relatie van Y is op enig moment geëindigd. Y vond zijn baan in de zorg zwaar. X heeft Y in maart 2022 benaderd en hem voorgesteld bij hem op kantoor werkzaamheden te verrichten om ‘te kijken of het werk van recruiter wat voor hem was’. Op 31 maart 2022 heeft X, namens MXLD, een e-mail aan Y gestuurd met als bijlagen ‘de (pro-forma-)arbeidsovereenkomst en het personeelshandboek’. In de (pro-forma-)arbeidsovereenkomst ontbreken de persoonsgegevens van Y. Het stuk is niet gedagtekend en door geen van beide partijen ondertekend. In de periode 5 april 2022 tot en met 25 april 2022 heeft Y namens MXLD verschillende e-mails gestuurd en ontvangen. De e-mails heeft Y ondertekend als recruiter van MXLD. Op 22 april 2022 heeft X een bedrag van € 1.814,33 overgemaakt aan Y met als omschrijving ‘salaris MXLD maand april 2022’. Y heeft X op 30 april 2022 per sms laten weten dat hij per direct stopt met werken voor MXLD. Hij is vervolgens op wandelvakantie gegaan en thans weer werkzaam in de zorg. X vindt dat hij recht heeft op de gefixeerde schadevergoeding. Hij stelt zich op het standpunt dat tussen partijen de arbeidsovereenkomst is gesloten die hij aan Y heeft gestuurd en dat Y deze arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd onregelmatig heeft opgezegd. Y betwist dat tussen partijen sprake was van een arbeidsovereenkomst. Y zag de werkzaamheden als een vriendendienst of bezigheidstherapie.
Oordeel
De kantonrechter kwalificeert de e-mail met de pro-forma-arbeidsovereenkomst als een aanbod in de zin van artikel 6:217 BW. Anders dan X oordeelt de kantonrechter dat deze arbeidsovereenkomst niet tot stand is gekomen. Niet is gebleken dat Y het aanbod heeft aanvaard. Y heeft de overeenkomst niet ondertekend en hij is ook niet op het aanbod teruggekomen door een van het aanbod afwijkend tegenbod te doen. Evenmin hebben er zich omstandigheden voorgedaan die leiden tot de conclusie dat, hoewel de overeenkomst niet is ondertekend, deze toch tot stand is gekomen, omdat uit andere gedragingen of uitingen kan worden afgeleid dat overeenstemming bestond over de inhoud van deze arbeidsovereenkomst. De gedragingen en onbetwiste stellingen van X en Y stroken niet met de inhoud van de schriftelijke overeenkomst qua omvang, duur, instructies door X en loon. Vaststaat dat Y zich heeft voorgedaan als recruiter van MXLD en in die hoedanigheid e-mails heeft verstuurd en ontvangen en eventuele kandidaten en prospects heeft gebeld. Y deed dat niet met bedrijfsmiddelen van MXLD, maar met zijn eigen laptop en met zijn eigen telefoon. Y belde weliswaar aan de hand van een door Y opgesteld belscript op het kantoor van MXLD, maar niet gesteld of gebleken is dat Y van X enige andere instructie dan de belinstructie heeft gekregen. Niet betwist is dat Y zelf kon bepalen wanneer hij op kantoor kwam en weer wegging en wie hij benaderde. Het bedrag van € 1.814,33 dat op 22 april 2022 is overgeboekt is volgens Y geen loon, maar ‘een vergoeding’ voor de gewerkte 72 uur. De stellingname van Y dat het aan hem betaalde bedrag geen loon betrof kan de kantonrechter goed volgen, omdat X Y geen loonstrook heeft gestuurd en ook niet gebleken is dat X loonbelasting en premies voor Y heeft afgedragen. Al deze gedragingen en uitingen van zowel Y als X leiden niet tot het oordeel dat de pro-forma-arbeidsovereenkomst waarop X zijn vordering grondt tot stand is gekomen. De vordering kan dan ook niet op de door X gestelde grondslag worden toegewezen.