Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Extra Reality B.V.
Rechtbank Overijssel (Locatie Enschede), 28 februari 2023
ECLI:NL:RBOVE:2023:2112
Afwijzing navordering loon omdat loondispensatie achteraf niet bleek te zijn verlengd.

Feiten

Werknemer heeft sinds september 2012 een Wajonguitkering en is van 1 januari 2015 tot en met 30 september 2019 in dienst geweest bij Extra Reality B.V. als 3D designer/artist. Het UWV heeft loondispensatie verleend van 65% over de periode van juli 2015 tot en met 31 december 2015. De brief van het UWV dat verlenging moest worden aangevraagd, is verkeerd geadresseerd en heeft Extra Reality nooit bereikt. Partijen zijn er beide van uitgegaan dat de loondispensatie ook na 31 december 2015 bleef gelden en hebben het dienstverband en de verminderde loondoorbetaling jarenlang voortgezet, waarbij werknemer steeds de aanvulling van het UWV bleef ontvangen. Partijen hebben naast het werk ook privé veel contact gehad. Inmiddels is de verstandhouding tussen partijen ernstig verstoord. Werknemer vordert veroordeling van Extra Reality tot betaling van € 59.899,01 aan achterstallig salaris vanaf mei 2017 (de rest is verjaard).

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het grootste deel van de vordering is gebaseerd op de stelling dat er ten onrechte maar 35% van het minimumjeugdloon is betaald, in plaats van 100%, omdat er – ten onrechte – van uit werd gegaan dat de loondispensatie nog geldig was. De kantonrechter overweegt dat niet vaststaat dat Extra Reality ten onrechte heeft aangenomen dat er nog sprake was van loondispensatie. Daarbij is van belang dat het UWV heeft verzuimd om werkgever juist te informeren over de noodzaak om verlenging aan te vragen, en bovendien zelf heeft gehandeld alsof er geen verlenging hoefde te worden aangevraagd. Dat de loondispensatie maar voor een termijn van zes maanden werd toegekend is wel per brief medegedeeld aan werknemer, maar niet aan Extra Reality (die brief was verkeerd geadresseerd). Aan de andere kant heeft de arbeidsdeskundige die heeft gesproken met Extra Reality aan haar andere informatie verstrekt. In het kader van het onderzoek naar de te verrichten werkzaamheden bij Extra Reality heeft hij verteld dat de uitkomsten van de beoordeling in principe voor vijf jaar gelden. Ook heeft hij na het onderzoek alvast zijn bevinding gedeeld dat een loondispensatie van 35% zou worden bepaald. Extra Reality heeft later geconstateerd dat het UWV bij de uitvoering heeft gehandeld zoals was aangekondigd, namelijk door bovenop de 35% loon de uitkering van werknemer in de jaren volgend op de aanvraag aan te vullen. Extra Reality kreeg op geen enkel moment een signaal, noch van het UWV noch van werknemer, dat de loondispensatie niet meer geldig zou zijn. Werknemer, die zelf wel een brief heeft gekregen dat er verlenging zou moeten worden aangevraagd, heeft geen verlenging aangevraagd. Desondanks liep de aanvulling van de uitkering gewoon jarenlang door, zonder dat het UWV nieuwe informatie verlangde. Nu het UWV al die jaren heeft doorbetaald als ware er loondispensatie verleend, is het begrijpelijk dat partijen zelf er ook al die tijd van uit zijn gegaan dat dit het geval was. Overigens heeft het UWV ook achteraf nooit laten weten dat het vindt dat partijen in dit dossier iets verkeerd hebben gedaan. Er is geen sprake van herbeoordeling of een terugvordering. In dat geval kan de stelling dat werknemer alsnog voor 100% moeten worden betaald, niet slagen. Er is geen arbeidsdeskundige beoordeling die daarvoor een grondslag biedt. Het is niet mogelijk om nu nog met terugwerkende kracht tot een herbeoordeling van de waarde van zijn werk te komen. Los daarvan is het maar de vraag of Extra Reality werknemer in dienst had willen houden als zij het volledige loon had moeten betalen, dus de aanname dat de overeenkomst bij niet verlengen van de loondispensatie zou zijn voortgezet, ontbeert een juiste grondslag. Het deel van de vordering dat is gebaseerd op de stelling dat 100% van het loon had moeten worden betaald in plaats van 35%, wordt dus afgewezen. Wel wijst de kantonrechter een bedrag van € 2000 toe ter zake van te weinig betaald salaris (ten opzichte van de loonstrook).