Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 8 augustus 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:8212
Feiten
Werknemer is op 25 april 2022 bij werkgeefster in dienst getreden op basis van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar. De cao voor het schilders-, afwerkings-, vastgoedonderhoud- en glaszetbedrijf in Nederland 2021-2025 is op de arbeidsovereenkomst van toepassing. Op 17 maart 2023 is werknemer tijdens het verrichten van zijn werkzaamheden van een trap gevallen en heeft hij een breuk aan zijn voet/enkel opgelopen. Nadat hij door werkgeefster naar huis was gebracht en vervolgens in het ziekenhuis was behandeld, heeft werknemer bij WhatsApp-bericht van 17 maart 2023 een foto aan werkgeefster toegestuurd van zijn voet/enkel in het (loop) gids. Bij e-mail van 1 mei 2023 heeft de gemachtigde van werknemer aan werkgeefster meegedeeld dat werkgeefster niet heeft voldaan aan de aanzegverplichting van artikel 7:668 lid 1 BW en dat werknemer geen loon over de maand april 2023 heeft ontvangen. Volgens werkgeefster zijn partijen op 14 maart 2023 mondeling overeengekomen dat werknemer per 1 april 2023 uit dienst zou treden. Bij e-mail van 15 mei 2023 heeft werknemer betwist dat partijen een mondelinge beëindigingsovereenkomst hebben gesloten. Ook heeft hij bij die e-mail aanspraak gemaakt op betaling van het achterstallig salaris, vakantiegeld en vakantie-uren over de periode van april 2022 tot en met april 2023, de aanzegvergoeding en de transitievergoeding. Werknemer verzoekt de kantonrechter om werkgeefster te veroordelen tot betaling hiervan. Volgens werknemer is de arbeidsovereenkomst op 25 april 2023 van rechtswege geëindigd. Hij is niet schriftelijk geïnformeerd dat de arbeidsovereenkomst niet werd voortgezet. Werknemer verzoekt betaling van het achterstallige loon van € 12.905,75 bruto. Volgens werkgeefster zijn het loon, het vakantiegeld en de vakantie-uren gedurende het dienstverband correct uitbetaald. Vanaf 14 maart 2023 heeft werknemer geen recht op loon, omdat hij vanaf die datum geen werkzaamheden meer heeft verricht en zich ook niet beschikbaar heeft gehouden voor zijn werk. Omdat werknemer vrijwillig uit dienst is getreden, gold er geen aanzegverplichting en is werkgeefster geen aanzegvergoeding of transitievergoeding verschuldigd.
Oordeel
De kantonrechter is van oordeel dat de arbeidsovereenkomst op 25 april 2023 van rechtswege is geëindigd. Werknemer heeft recht op een uurloon van € 17,73 bruto. Nu niet is onderbouwd dat werknemer zich vanaf 14 maart 2023 niet meer beschikbaar heeft gehouden, heeft werknemer recht op loon. Het op 17 maart 2023 door werknemer aan werkgeefster toegezonden WhatsApp-bericht (de foto van zijn voet/enkel in het gips) moet naar het oordeel van de kantonrechter als een ziekmelding worden aangemerkt. De kantonrechter gaat ervan uit dat werknemer met ingang van 17 maart 2023 arbeidsongeschikt is geweest. Daarom heeft werknemer vanaf die datum tot 25 april 2023 op grond van artikel 7:629 BW in verbinding met artikel 34 van de cao recht op doorbetaling van 95% van zijn loon. De (cijfermatig door werkgeefster niet betwiste) loonvordering van werknemer van € 12.905,75 bruto wordt toegewezen. Hetzelfde geldt voor de vordering betreffende het vakantiegeld en de vakantie-uren. Werkgeefster zal ook worden veroordeeld tot betaling van een aanzegvergoeding. Vaststaat dat werkgeefster de verplichting tot het informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst niet is nagekomen. Werknemer heeft recht op een vergoeding gelijk aan het bedrag van het loon van één maand. Ook moet werkgeefster de transitievergoeding betalen vanwege het op haar initiatief niet voorzetten van de arbeidsovereenkomst.