Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 22 augustus 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:7050
Feiten
Werknemer is op 6 december 2019 als chauffeur in dienst getreden bij DLC Logistics B.V. (hierna: DLC). De algemeen verbindend verklaarde cao voor Beroepsgoederenvervoer over de weg en verhuur van mobiele kranen (hierna: de cao) is op de arbeidsovereenkomst van toepassing. Werknemer bestuurde voor DLC een busje, maar wilde zelf graag een vrachtwagen besturen. Partijen hebben gesproken over de voorwaarden waaronder DLC daaraan zou meewerken. DLC heeft werknemer aangemeld voor het C- en CE-rijbewijs en subsidie aangevraagd bij de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer (SOOB). DLC heeft zelf € 3.789,15 exclusief btw voor haar rekening genomen. Op 20 september 2021 is werknemer uit dienst getreden. DLC stelt zich op het standpunt dat werknemer de opleidingskosten exclusief btw en verminderd met de ontvangen subsidie moet terugbetalen. In de arbeidsovereenkomst van werknemer staat onder meer dat een werkgever de mogelijkheid heeft om conform artikel 45 van de cao voor aanvang van de opleiding een studiekostenregeling aan zijn werknemers voor te leggen. Die studiekostenregeling verplicht werknemer tot terugbetaling van de opleidingskosten bij ontslagname binnen een jaar na het behalen van het diploma. Volgens de kantonrechter is geen sprake van een opleiding waarop artikel 45 van de cao betrekking heeft. DLC mag zich ook niet beroepen op de bepaling in de arbeidsovereenkomst omdat tevoren geen duidelijke afspraken zijn gemaakt over de gevolgen en de risico’s, mede gelet op het feit dat werknemer een tijdelijk arbeidscontract had toen hij de opleiding begon. De vordering van DLC is daarom afgewezen. In hoger beroep voert DLC aan dat haar directeur mondeling met werknemer heeft afgesproken, voordat werknemer werd aangemeld voor de opleiding, dat werknemer bij vertrek binnen een jaar na het behalen van de opleiding 100% moest terugbetalen, en bij ieder later jaar 20% minder tot 0% bij vertrek na vijf jaar. Volgens DLC heeft werknemer een schriftelijke opleidingsovereenkomst ontvangen met deze staffel, maar zonder concreet ingevulde bedragen omdat de kosten nog niet bekend waren. Dat schriftelijke stuk is niet ondertekend. Werknemer betwist de door DLC gestelde gang van zaken.
Oordeel
Volgens het hof heeft DLC het bewijsaanbod onvoldoende concreet gemaakt en het ziet bovendien niet op de betwiste stelling dat werknemer de voorwaarden tevoren ook op schrift heeft ontvangen. Het oordeel van de kantonrechter dat werknemer onvoldoende is geïnformeerd over de risico’s blijft in stand. DLC heeft geen recht op het verrekenen van de pauze-uren. Werknemer heeft in de kantonprocedure aanspraak gemaakt op vergoeding van forfaitaire verblijfkosten volgens artikel 40 van de cao. DLC heeft de vordering onvoldoende gemotiveerd betwist. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.