Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/ werkneemster
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 28 augustus 2023
ECLI:NL:RBOVE:2023:3616
Werkneemster is structureel niet inzetbaar in haar eigen of een andere functie bij werkgever in verband met haar beperkingen. Ontbinding b-grond.

Feiten

Werkneemster is op 6 september 1993 in dienst getreden bij werkgever. Op 11 mei 2020 is zij uitgevallen wegens ziekte. Bij beslissing van het UWV van 5 januari 2023 is bepaald dat werkneemster per 9 mei 2022 geen aanspraak kan maken op een WIA-uitkering. Uit het bijbehorende arbeidsdeskundig rapport blijkt wel dat het eigen werk van leerkracht voor werkneemster niet passend is. Op grond van de cao eindigt de loondoorbetalingsverplichting niet na de wachttijd van 104 weken. Volgens het reglement van het participatiefonds komt een werkgever onder bepaalde voorwaarden in aanmerking voor een verlaging van de eigen bijdrage in de werkloosheidsuitkeringskosten van 50 procent naar 10 procent. Die voorwaarden houden (onder meer) in dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd op grond van artikel 7:669 lid 3 onder b BW en dat de werkgever in verband daarmee de ontslagvergunning van het UWV of een beschikking van de rechtbank overlegt. Werkgever heeft op of omstreeks 21 maart 2023 een ontslagvergunning aan het UWV gevraagd. Die is geweigerd. Werkgever verzoekt ontbinding op de b-grond.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat er een redelijke grond bestaat voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen. Die grond is gelegen in het feit dat werkneemster structureel niet inzetbaar is in haar eigen of een andere functie bij werkgever in verband met haar beperkingen. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, met toekenning van een transitievergoeding.