Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 21 september 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:8843
Feiten
Werknemer is sinds 23 juli 1990 in dienst bij (de rechtsvoorgangster van) de Gemeente Krimpenerwaard (hierna: de Gemeente) als medewerker Ruimtelijke Ordening. De Gemeente verzoekt op 7 januari 2022 aan de kantonrechter te Gouda de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden. De kantonrechter wijst dit verzoek op 15 maart 2022 af, omdat de Gemeente niet voldoende inspanningen heeft verricht om het functioneren van werknemer te verbeteren. De Gemeente stelt vervolgens een verbetertraject op, waarvan op 2 mei 2023 een eindbeoordeling plaatsvindt. Werknemer is het niet eens met de eindbeoordeling. Vanaf 2 mei 2023 ontvangt werknemer weinig tot geen nieuw werk, maar verricht werknemer een rol op de achtergrond door als vraagbaak te fungeren voor collega’s. De Gemeente verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst primair te ontbinden op grond van disfunctioneren van werknemer en subsidiair wegens een verstoorde arbeidsverhouding, meer subsidiair op grond van een combinatie van die gronden (i-grond).
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Voordat aan de beoordeling kan worden toegekomen of sprake is van een redelijke grond, moet worden getoetst of is voldaan aan de herplaatsingsplicht. Volgens de Gemeente waren er in mei 2023 drie openstaande vacatures, die niet passend waren voor werknemer. De Gemeente heeft nagelaten te onderbouwen welke vacatures dit betrof en heeft deze vacatures en (on)mogelijkheid van herplaatsing niet met werknemer besproken. Hieruit blijkt niet dat de Gemeente heeft gekeken naar de herplaatsingsmogelijkheden binnen de redelijke termijn als bedoeld in artikel 10 lid 1 en lid 4 Ontslagregeling. In het kader van herplaatsing is te weinig gebeurd. Een werkgever dient immers samen met de werknemer actief onderzoek te doen naar de mogelijkheden van herplaatsing in een passende functie binnen de redelijke termijn. Dit geldt in deze zaak te meer, nu werknemer al 33 jaar in dienst is en er binnen de Gemeente ongeveer vijfhonderd arbeidsplaatsen zijn. Gelet op het voorgaande heeft de Gemeente onvoldoende onderbouwd dat herplaatsing niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Dat sprake zou zijn van een verstoorde arbeidsrelatie is in de gegeven omstandigheden onvoldoende. Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen.