Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Pensioenfonds Campina/FrieslandCampina
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 29 september 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:9059
Pensioenzaak - schadestaatprocedure tussen FrieslandCampina en SPC wordt vanwege complexiteit en grote financiƫle belangen met toepassing van artikel 98 Rv verwezen naar de meervoudige kamer van het team handel en haven.

Feiten

Dit geschil is een schadestaatprocedure als vervolg op het tussen partijen gewezen vonnis (in de hoofdzaak) van 3 mei 2019 van deze rechtbank. In het door Koninklijke FrieslandCampina N.V, FrieslandCampina Nederland B.V., FrieslandCampina Kievit B.V. en Zuivelcooperatie Deltamilk B.A (hierna: FrieslandCampina) ingestelde hoger beroep heeft het Hof Den Haag bij arrest van 9 februari 2021 het vonnis van de kantonrechter vernietigd en – opnieuw rechtdoende – voor recht verklaard dat FrieslandCampina onrechtmatig heeft gehandeld door in strijd met hetgeen de eisen van redelijkheid en billijkheid meebrengen de UVO 2010 met Stichting Pensioenfonds Campina (hierna: SPC) op te zeggen zonder daarbij een redelijke vergoeding aan te bieden. Het hof heeft de partijen aan de zijde van FrieslandCampina veroordeeld, iedere partij voor het gedeelte waarvoor zij aansprakelijk is, tot vergoeding aan SPC van de schade die het gevolg is van de opzegging van de uitvoeringsovereenkomst met ingang van 1 januari 2015 zonder daarbij een redelijke vergoeding aan te bieden, op te maken bij de staat. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 16 september 2022 het principale en het incidentele cassatieberoep tegen het arrest van het hof verworpen. SPC vordert in deze schadestaatprocedure om iedere gedaagde voor het deel waarvoor deze aansprakelijk is conform de gehanteerde verdeelsleutel te veroordelen om binnen zeven dagen te voldoen een bedrag van minstens € 73,9 miljoen en hoogstens een bedrag van € 131 miljoen te vermeerderen met de wettelijke rente. SPC legt daaraan ten grondslag dat de schade van SPC als gevolg van de onrechtmatige opzegging door FrieslandCampina bestaat uit verslechterd indexatieperspectief voor de inactieven. Het indexatieperspectief moet worden hersteld. FrieslandCampina heeft geconcludeerd tot afwijzing.

Oordeel

Hoewel in een schadestaatprocedure de rechter bevoegd is die in eerste instantie over de hoofdzaak heeft geoordeeld, is de kantonrechter van oordeel dat de zaak vanwege de juridische complexiteit en het grote financiële belang ongeschikt is voor behandeling en beslissing door één rechter. De zaak wordt verwezen naar een meervoudige kamer van het team handel en haven.